Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Rekken conjugation

rekken = to stretch, prolong

Infinitive
rekken
Past
rekte · rekten
Perfect
heeft gerekt

Quick answer

Rekken means to stretch, prolong. Past tense: rekte (singular) and rekten (plural). Past participle: gerekt, with hebben: ik heb gerekt.

Practise rekken

Present (tegenwoordige tijd)

ikrek
jijrekt
hij/zij/hetrekt
wijrekken
jullierekken
zijrekken

Past (verleden tijd)

ikrekte
jijrekte
hij/zij/hetrekte
wijrekten
jullierekten
zijrekten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gerekt
jijhebt gerekt
hij/zij/hetheeft gerekt
wijhebben gerekt
julliehebben gerekt
zijhebben gerekt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gerekt
jijhad gerekt
hij/zij/hethad gerekt
wijhadden gerekt
julliehadden gerekt
zijhadden gerekt

Future (toekomende tijd)

ikzal rekken
jijzult rekken
hij/zij/hetzal rekken
wijzullen rekken
julliezullen rekken
zijzullen rekken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou rekken
jijzou rekken
hij/zij/hetzou rekken
wijzouden rekken
julliezouden rekken
zijzouden rekken

Practise rekken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is rek. The infinitive rekken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (rekte, rekten) and the participle ends in -t (gerekt).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij rekt, but rek jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of rekken?

rekte (ik, jij, hij/zij/het) and rekten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of rekken?

gerekt, with hebben: ik heb gerekt.

Is rekken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gerekt, hij heeft gerekt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.