Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig

Vervoeging van Wijken

wijken = to yield, recede

Hele werkwoord
wijken
Verleden tijd
week · weken
Voltooide tijd
is geweken

Kort antwoord

Wijken is in het Engels to yield, recede. Verleden tijd: week (enkelvoud) en weken (meervoud). Voltooid deelwoord: geweken, met zijn: ik ben geweken.

Oefen wijken

Tegenwoordige tijd

ikwijk
jijwijkt
hij/zij/hetwijkt
wijwijken
julliewijken
zijwijken

Verleden tijd

ikweek
jijweek
hij/zij/hetweek
wijweken
jullieweken
zijweken

Voltooide tijd

ikben geweken
jijbent geweken
hij/zij/hetis geweken
wijzijn geweken
julliezijn geweken
zijzijn geweken

Voltooid verleden tijd

ikwas geweken
jijwas geweken
hij/zij/hetwas geweken
wijwaren geweken
julliewaren geweken
zijwaren geweken

Toekomende tijd

ikzal wijken
jijzult wijken
hij/zij/hetzal wijken
wijzullen wijken
julliezullen wijken
zijzullen wijken

Voorwaardelijke wijs

ikzou wijken
jijzou wijken
hij/zij/hetzou wijken
wijzouden wijken
julliezouden wijken
zijzouden wijken

Oefen wijken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

wijken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het water langzaam uit het lage land.

  2. Verleden tijd

    De soldaten niet voor de vijand.

  3. Voltooide tijd

    De pijn na een paar dagen .

  4. Bijzin

    Hij zegt dat hij nooit voor druk .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: wijken, week, geweken.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij wijkt, maar wijk jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben geweken, niet ik heb geweken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van wijken?

week (ik, jij, hij/zij/het) en weken (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van wijken?

geweken, met zijn: ik ben geweken.

Gebruik je wijken met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben geweken, hij is geweken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.