Dutch Fluency
Визнач мій рівеньРівень
Увійти

Рівень A1 · Неправильне, відокремлюване

Відмінювання Aankomen

aankomen = прибувати

Інфінітив
aankomen
Минулий
kwam aan · kwamen aan
Перфект
is aangekomen

Коротка відповідь

Aankomen означає «прибувати». Минулий час: kwam aan (однина) і kwamen aan (множина). Дієприкметник (voltooid deelwoord): aangekomen, з zijn: ik ben aangekomen.

Практика: aankomen

Теперішній (tegenwoordige tijd)

ikkom aan
jijkomt aan
hij/zij/hetkomt aan
wijkomen aan
julliekomen aan
zijkomen aan

Минулий (verleden tijd)

ikkwam aan
jijkwam aan
hij/zij/hetkwam aan
wijkwamen aan
julliekwamen aan
zijkwamen aan

Перфект (voltooide tijd)

ikben aangekomen
jijbent aangekomen
hij/zij/hetis aangekomen
wijzijn aangekomen
julliezijn aangekomen
zijzijn aangekomen

Давноминулий (voltooid verleden tijd)

ikwas aangekomen
jijwas aangekomen
hij/zij/hetwas aangekomen
wijwaren aangekomen
julliewaren aangekomen
zijwaren aangekomen

Майбутній (toekomende tijd)

ikzal aankomen
jijzult aankomen
hij/zij/hetzal aankomen
wijzullen aankomen
julliezullen aankomen
zijzullen aankomen

Умовний спосіб (voorwaardelijke wijs)

ikzou aankomen
jijzou aankomen
hij/zij/hetzou aankomen
wijzouden aankomen
julliezouden aankomen
zijzouden aankomen

Практика: aankomen

Шість коротких форм. Введіть відповідь, натисніть Enter і одразу побачите, чи правильно.

1 з 60 ✓

Теперішній

ik

Як працює це дієслово

  • Неправильне дієслово: минулий час і дієприкметник не йдуть за правилом -te/-de, тож вчіть три форми разом: aankomen, kwam aan, aangekomen.
  • Відокремлюване дієслово. У головному реченні префікс aan іде в кінець: ik kom aan. У підрядному він лишається на місці: ... dat ik aankom, ... dat ik aankwam.
  • У дієприкметнику ge стоїть між двома частинами: aangekomen.
  • Перфект із zijn: ik ben aangekomen, а не ik heb aangekomen.

Питання про нідерландські дієслова

Яка форма минулого часу в aankomen?

kwam aan (ik, jij, hij/zij/het) і kwamen aan (wij, jullie, zij).

Який дієприкметник (voltooid deelwoord) у aankomen?

aangekomen, з zijn: ik ben aangekomen.

З чим уживається aankomen: з hebben чи з zijn?

З zijn: ik ben aangekomen, hij is aangekomen.

Інші дієслова

Усі дієсловаПеревірка de чи het

Хочете перестати все перевіряти?

Безкоштовний тест рівня покаже, де зараз ваша нідерландська і що вчити далі.

Форми звірено з Вікісловником. Складені часи будуються з hebben, zijn, zullen і zou.