Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B1 · Unregelmäßig, trennbar

Doorlopen konjugieren

doorlopen = weitergehen

Infinitiv
doorlopen
Präteritum
liep door · liepen door
Perfekt
is doorgelopen

Kurze Antwort

Doorlopen bedeutet weitergehen. Präteritum: liep door (Singular) und liepen door (Plural). Partizip Perfekt: doorgelopen, mit zijn: ik ben doorgelopen.

doorlopen üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikloop door
jijloopt door
hij/zij/hetloopt door
wijlopen door
jullielopen door
zijlopen door

Präteritum (verleden tijd)

ikliep door
jijliep door
hij/zij/hetliep door
wijliepen door
jullieliepen door
zijliepen door

Perfekt (voltooide tijd)

ikben doorgelopen
jijbent doorgelopen
hij/zij/hetis doorgelopen
wijzijn doorgelopen
julliezijn doorgelopen
zijzijn doorgelopen

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikwas doorgelopen
jijwas doorgelopen
hij/zij/hetwas doorgelopen
wijwaren doorgelopen
julliewaren doorgelopen
zijwaren doorgelopen

Futur (toekomende tijd)

ikzal doorlopen
jijzult doorlopen
hij/zij/hetzal doorlopen
wijzullen doorlopen
julliezullen doorlopen
zijzullen doorlopen

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou doorlopen
jijzou doorlopen
hij/zij/hetzou doorlopen
wijzouden doorlopen
julliezouden doorlopen
zijzouden doorlopen

Doorlopen ist ein trennbares Verb

Im Hauptsatz rückt door ans Ende (ik loop door). Im Nebensatz bleiben die beiden Teile zusammen (dat ik doorloop). Partizip: doorgelopen.

Betonung: dóórlopen

Hauptsatzik loop door
Frageloop jij door?
Nebensatz… dat ik doorloop
Mit Modalverbik wil doorlopen
Perfektik ben doorgelopen
Mit om ... teom door te lopen
Imperativloop door!

Trennbare Verben: Regeln und Prüfer

Doorlopen hat eine zweite Bedeutung

doorlópen, nicht trennbar, bedeutet durchlaufen: doorloopt, doorliep, doorlopen.

Präsensik doorloop · hij doorloopt
Präteritumik doorliep · hij doorliep
Perfektik heb doorlopen · hij heeft doorlopen

doorlopen üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

doorlopen im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Wij nog even tot de volgende straat.

  2. Präteritum

    De man snel en keek niet om.

  3. Präsens

    Jij altijd als het druk is op straat.

So funktioniert dieses Verb

  • Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: doorlopen, liep door, doorgelopen.
  • Trennbares Verb. Im Hauptsatz geht die Vorsilbe door ans Ende: ik loop door. Im Nebensatz bleibt sie dran: ... dat ik doorloop, ... dat ik doorliep.
  • Im Partizip steht ge zwischen den beiden Teilen: doorgelopen.
  • Perfekt mit zijn: ik ben doorgelopen, nicht ik heb doorgelopen.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von doorlopen?

liep door (ik, jij, hij/zij/het) und liepen door (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von doorlopen?

doorgelopen, mit zijn: ik ben doorgelopen.

Wird doorlopen mit hebben oder zijn gebildet?

Mit zijn: ik ben doorgelopen, hij is doorgelopen.

Ist doorlopen ein trennbares Verb?

Beide gibt es, und die Betonung entscheidet, welches Verb gemeint ist. dóórlopen, trennbar, bedeutet weitergehen: loopt door, liep door, doorgelopen. doorlópen, nicht trennbar, bedeutet durchlaufen: doorloopt, doorliep, doorlopen.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.