Level B1 · Irregular, separable
Doorlopen conjugation
doorlopen = to keep going
- Infinitive
- doorlopen
- Past
- liep door · liepen door
- Perfect
- is doorgelopen
Quick answer
Doorlopen means to keep going. Past tense: liep door (singular) and liepen door (plural). Past participle: doorgelopen, with zijn: ik ben doorgelopen.
Practise doorlopenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | loop door |
| jij | loopt door |
| hij/zij/het | loopt door |
| wij | lopen door |
| jullie | lopen door |
| zij | lopen door |
Past (verleden tijd)
| ik | liep door |
| jij | liep door |
| hij/zij/het | liep door |
| wij | liepen door |
| jullie | liepen door |
| zij | liepen door |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | ben doorgelopen |
| jij | bent doorgelopen |
| hij/zij/het | is doorgelopen |
| wij | zijn doorgelopen |
| jullie | zijn doorgelopen |
| zij | zijn doorgelopen |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | was doorgelopen |
| jij | was doorgelopen |
| hij/zij/het | was doorgelopen |
| wij | waren doorgelopen |
| jullie | waren doorgelopen |
| zij | waren doorgelopen |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal doorlopen |
| jij | zult doorlopen |
| hij/zij/het | zal doorlopen |
| wij | zullen doorlopen |
| jullie | zullen doorlopen |
| zij | zullen doorlopen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou doorlopen |
| jij | zou doorlopen |
| hij/zij/het | zou doorlopen |
| wij | zouden doorlopen |
| jullie | zouden doorlopen |
| zij | zouden doorlopen |
Doorlopen is a separable verb
In a main clause door goes to the end (ik loop door). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik doorloop). Participle: doorgelopen.
Stress: dóórlopen
| Main clause | ik loop door |
| Question | loop jij door? |
| Subordinate clause | … dat ik doorloop |
| With a modal verb | ik wil doorlopen |
| Perfect tense | ik ben doorgelopen |
| With om ... te | om door te lopen |
| Imperative | loop door! |
Doorlopen has a second meaning
doorlópen, not separable, means to go through: doorloopt, doorliep, doorlopen.
| Present | ik doorloop · hij doorloopt |
| Past | ik doorliep · hij doorliep |
| Perfect | ik heb doorlopen · hij heeft doorlopen |
Practise doorlopen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: doorlopen, liep door, doorgelopen.
- Separable verb. In a main clause the prefix door goes to the end: ik loop door. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik doorloop, ... dat ik doorliep.
- In the participle, ge goes between the two parts: doorgelopen.
- Perfect tense with zijn: ik ben doorgelopen, not ik heb doorgelopen.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of doorlopen?
liep door (ik, jij, hij/zij/het) and liepen door (wij, jullie, zij).
What is the past participle of doorlopen?
doorgelopen, with zijn: ik ben doorgelopen.
Is doorlopen used with hebben or zijn?
With zijn: ik ben doorgelopen, hij is doorgelopen.
Is doorlopen a separable verb?
Both exist, and the stress decides which verb you mean. dóórlopen, separable, means to keep going: loopt door, liep door, doorgelopen. doorlópen, not separable, means to go through: doorloopt, doorliep, doorlopen.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.