Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Ophangen conjugation

ophangen = to hang up

Infinitive
ophangen
Past
hing op · hingen op
Perfect
heeft opgehangen

Quick answer

Ophangen means to hang up. Past tense: hing op (singular) and hingen op (plural). Past participle: opgehangen, with hebben: ik heb opgehangen.

Practise ophangen

Present (tegenwoordige tijd)

ikhang op
jijhangt op
hij/zij/hethangt op
wijhangen op
julliehangen op
zijhangen op

Past (verleden tijd)

ikhing op
jijhing op
hij/zij/hething op
wijhingen op
julliehingen op
zijhingen op

Perfect (voltooide tijd)

ikheb opgehangen
jijhebt opgehangen
hij/zij/hetheeft opgehangen
wijhebben opgehangen
julliehebben opgehangen
zijhebben opgehangen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad opgehangen
jijhad opgehangen
hij/zij/hethad opgehangen
wijhadden opgehangen
julliehadden opgehangen
zijhadden opgehangen

Future (toekomende tijd)

ikzal ophangen
jijzult ophangen
hij/zij/hetzal ophangen
wijzullen ophangen
julliezullen ophangen
zijzullen ophangen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ophangen
jijzou ophangen
hij/zij/hetzou ophangen
wijzouden ophangen
julliezouden ophangen
zijzouden ophangen

Practise ophangen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: ophangen, hing op, opgehangen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik hang op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik ophang, ... dat ik ophing.
  • In the participle, ge goes between the two parts: opgehangen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of ophangen?

hing op (ik, jij, hij/zij/het) and hingen op (wij, jullie, zij).

What is the past participle of ophangen?

opgehangen, with hebben: ik heb opgehangen.

Is ophangen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb opgehangen, hij heeft opgehangen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.