Level A2 · Irregular
Snijden conjugation
snijden = to cut
- Infinitive
- snijden
- Past
- sneed · sneden
- Perfect
- heeft gesneden
Quick answer
Snijden means to cut. Past tense: sneed (singular) and sneden (plural). Past participle: gesneden, with hebben: ik heb gesneden.
Practise snijdenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | snij |
| jij | snijdt |
| hij/zij/het | snijdt |
| wij | snijden |
| jullie | snijden |
| zij | snijden |
Past (verleden tijd)
| ik | sneed |
| jij | sneed |
| hij/zij/het | sneed |
| wij | sneden |
| jullie | sneden |
| zij | sneden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gesneden |
| jij | hebt gesneden |
| hij/zij/het | heeft gesneden |
| wij | hebben gesneden |
| jullie | hebben gesneden |
| zij | hebben gesneden |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gesneden |
| jij | had gesneden |
| hij/zij/het | had gesneden |
| wij | hadden gesneden |
| jullie | hadden gesneden |
| zij | hadden gesneden |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal snijden |
| jij | zult snijden |
| hij/zij/het | zal snijden |
| wij | zullen snijden |
| jullie | zullen snijden |
| zij | zullen snijden |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou snijden |
| jij | zou snijden |
| hij/zij/het | zou snijden |
| wij | zouden snijden |
| jullie | zouden snijden |
| zij | zouden snijden |
Practise snijden
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: snijden, sneed, gesneden.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of snijden?
sneed (ik, jij, hij/zij/het) and sneden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of snijden?
gesneden, with hebben: ik heb gesneden.
Is snijden used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gesneden, hij heeft gesneden.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.