Niveau B2 · Regelmäßig, trennbar
Overstromen konjugieren
overstromen = überlaufen
- Infinitiv
- overstromen
- Präteritum
- stroomde over · stroomden over
- Perfekt
- is overgestroomd
Kurze Antwort
Overstromen bedeutet überlaufen. Präteritum: stroomde over (Singular) und stroomden over (Plural). Partizip Perfekt: overgestroomd, mit zijn: ik ben overgestroomd.
overstromen übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | stroom over |
| jij | stroomt over |
| hij/zij/het | stroomt over |
| wij | stromen over |
| jullie | stromen over |
| zij | stromen over |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | stroomde over |
| jij | stroomde over |
| hij/zij/het | stroomde over |
| wij | stroomden over |
| jullie | stroomden over |
| zij | stroomden over |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | ben overgestroomd |
| jij | bent overgestroomd |
| hij/zij/het | is overgestroomd |
| wij | zijn overgestroomd |
| jullie | zijn overgestroomd |
| zij | zijn overgestroomd |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | was overgestroomd |
| jij | was overgestroomd |
| hij/zij/het | was overgestroomd |
| wij | waren overgestroomd |
| jullie | waren overgestroomd |
| zij | waren overgestroomd |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal overstromen |
| jij | zult overstromen |
| hij/zij/het | zal overstromen |
| wij | zullen overstromen |
| jullie | zullen overstromen |
| zij | zullen overstromen |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou overstromen |
| jij | zou overstromen |
| hij/zij/het | zou overstromen |
| wij | zouden overstromen |
| jullie | zouden overstromen |
| zij | zouden overstromen |
Overstromen ist ein trennbares Verb
Im Hauptsatz rückt over ans Ende (ik stroom over). Im Nebensatz bleiben die beiden Teile zusammen (dat ik overstroom). Partizip: overgestroomd.
Betonung: óverstromen
| Hauptsatz | ik stroom over |
| Frage | stroom jij over? |
| Nebensatz | … dat ik overstroom |
| Mit Modalverb | ik wil overstromen |
| Perfekt | ik ben overgestroomd |
| Mit om ... te | om over te stromen |
| Imperativ | stroom over! |
Overstromen hat eine zweite Bedeutung
overstrómen, nicht trennbar, bedeutet überschwemmen: overstroomt, overstroomde, overstroomd.
| Präsens | ik overstroom · hij overstroomt |
| Präteritum | ik overstroomde · hij overstroomde |
| Perfekt | ik heb / ben overstroomd · hij heeft / is overstroomd |
overstromen üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
overstromen im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist stroom. Im Infinitiv stromen steht m vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (stroomde, stroomden) und das Partizip endet auf -d (overgestroomd).
- Trennbares Verb. Im Hauptsatz geht die Vorsilbe over ans Ende: ik stroom over. Im Nebensatz bleibt sie dran: ... dat ik overstroom, ... dat ik overstroomde.
- Im Partizip steht ge zwischen den beiden Teilen: overgestroomd.
- Perfekt mit zijn: ik ben overgestroomd, nicht ik heb overgestroomd.
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von overstromen?
stroomde over (ik, jij, hij/zij/het) und stroomden over (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von overstromen?
overgestroomd, mit zijn: ik ben overgestroomd.
Wird overstromen mit hebben oder zijn gebildet?
Mit zijn: ik ben overgestroomd, hij is overgestroomd.
Ist overstromen ein trennbares Verb?
Beide gibt es, und die Betonung entscheidet, welches Verb gemeint ist. óverstromen, trennbar, bedeutet überlaufen: stroomt over, stroomde over, overgestroomd. overstrómen, nicht trennbar, bedeutet überschwemmen: overstroomt, overstroomde, overstroomd.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.