Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B1 · Unregelmäßig

Varen konjugieren

varen = segeln, mit dem Boot fahren

Infinitiv
varen
Präteritum
voer · voeren
Perfekt
heeft / is gevaren

Kurze Antwort

Varen bedeutet segeln, mit dem Boot fahren. Präteritum: voer (Singular) und voeren (Plural). Partizip Perfekt: gevaren, mit hebben / zijn: ik heb / ben gevaren.

varen üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikvaar
jijvaart
hij/zij/hetvaart
wijvaren
jullievaren
zijvaren

Präteritum (verleden tijd)

ikvoer
jijvoer
hij/zij/hetvoer
wijvoeren
jullievoeren
zijvoeren

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb / ben gevaren
jijhebt / bent gevaren
hij/zij/hetheeft / is gevaren
wijhebben / zijn gevaren
julliehebben / zijn gevaren
zijhebben / zijn gevaren

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gevaren
jijhad / was gevaren
hij/zij/hethad / was gevaren
wijhadden / waren gevaren
julliehadden / waren gevaren
zijhadden / waren gevaren

Futur (toekomende tijd)

ikzal varen
jijzult varen
hij/zij/hetzal varen
wijzullen varen
julliezullen varen
zijzullen varen

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou varen
jijzou varen
hij/zij/hetzou varen
wijzouden varen
julliezouden varen
zijzouden varen

varen üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

varen im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Mijn oom elke zomer met zijn boot over het meer.

  2. Präteritum

    Het grote schip langzaam door de haven.

  3. Perfekt

    Wij gisteren naar het eiland .

  4. Nebensatz

    Ik vind het fijn als wij samen over de rivier .

So funktioniert dieses Verb

  • Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: varen, voer, gevaren.
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij vaart, aber vaar jij?
  • Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von varen?

voer (ik, jij, hij/zij/het) und voeren (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von varen?

gevaren, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.

Wird varen mit hebben oder zijn gebildet?

Beides, je nach Bedeutung: We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.