Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular

Verkopen conjugation

verkopen = to sell

Infinitive
verkopen
Past
verkocht · verkochten
Perfect
heeft verkocht

Quick answer

Verkopen means to sell. Past tense: verkocht (singular) and verkochten (plural). Past participle: verkocht, with hebben: ik heb verkocht.

Practise verkopen

Present (tegenwoordige tijd)

ikverkoop
jijverkoopt
hij/zij/hetverkoopt
wijverkopen
jullieverkopen
zijverkopen

Past (verleden tijd)

ikverkocht
jijverkocht
hij/zij/hetverkocht
wijverkochten
jullieverkochten
zijverkochten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb verkocht
jijhebt verkocht
hij/zij/hetheeft verkocht
wijhebben verkocht
julliehebben verkocht
zijhebben verkocht

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad verkocht
jijhad verkocht
hij/zij/hethad verkocht
wijhadden verkocht
julliehadden verkocht
zijhadden verkocht

Future (toekomende tijd)

ikzal verkopen
jijzult verkopen
hij/zij/hetzal verkopen
wijzullen verkopen
julliezullen verkopen
zijzullen verkopen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verkopen
jijzou verkopen
hij/zij/hetzou verkopen
wijzouden verkopen
julliezouden verkopen
zijzouden verkopen

Practise verkopen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: verkopen, verkocht, verkocht.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verkocht.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij verkoopt, but verkoop jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verkopen?

verkocht (ik, jij, hij/zij/het) and verkochten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verkopen?

verkocht, with hebben: ik heb verkocht.

Is verkopen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb verkocht, hij heeft verkocht.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.