Level B1 · Irregular
Varen conjugation
varen = to sail or travel by boat
- Infinitive
- varen
- Past
- voer · voeren
- Perfect
- heeft / is gevaren
Quick answer
Varen means to sail or travel by boat. Past tense: voer (singular) and voeren (plural). Past participle: gevaren, with hebben / zijn: ik heb / ben gevaren.
Practise varenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | vaar |
| jij | vaart |
| hij/zij/het | vaart |
| wij | varen |
| jullie | varen |
| zij | varen |
Past (verleden tijd)
| ik | voer |
| jij | voer |
| hij/zij/het | voer |
| wij | voeren |
| jullie | voeren |
| zij | voeren |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gevaren |
| jij | hebt / bent gevaren |
| hij/zij/het | heeft / is gevaren |
| wij | hebben / zijn gevaren |
| jullie | hebben / zijn gevaren |
| zij | hebben / zijn gevaren |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gevaren |
| jij | had / was gevaren |
| hij/zij/het | had / was gevaren |
| wij | hadden / waren gevaren |
| jullie | hadden / waren gevaren |
| zij | hadden / waren gevaren |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal varen |
| jij | zult varen |
| hij/zij/het | zal varen |
| wij | zullen varen |
| jullie | zullen varen |
| zij | zullen varen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou varen |
| jij | zou varen |
| hij/zij/het | zou varen |
| wij | zouden varen |
| jullie | zouden varen |
| zij | zouden varen |
Practise varen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: varen, voer, gevaren.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij vaart, but vaar jij?
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of varen?
voer (ik, jij, hij/zij/het) and voeren (wij, jullie, zij).
What is the past participle of varen?
gevaren, with hebben or zijn depending on the meaning: We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.
Is varen used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: We hebben de hele middag gevaren. We zijn naar het eiland gevaren.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.