Level A1 · Irregular
Zingen conjugation
zingen = to sing
- Infinitive
- zingen
- Past
- zong · zongen
- Perfect
- heeft gezongen
Quick answer
Zingen means to sing. Past tense: zong (singular) and zongen (plural). Past participle: gezongen, with hebben: ik heb gezongen.
Practise zingenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | zing |
| jij | zingt |
| hij/zij/het | zingt |
| wij | zingen |
| jullie | zingen |
| zij | zingen |
Past (verleden tijd)
| ik | zong |
| jij | zong |
| hij/zij/het | zong |
| wij | zongen |
| jullie | zongen |
| zij | zongen |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gezongen |
| jij | hebt gezongen |
| hij/zij/het | heeft gezongen |
| wij | hebben gezongen |
| jullie | hebben gezongen |
| zij | hebben gezongen |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gezongen |
| jij | had gezongen |
| hij/zij/het | had gezongen |
| wij | hadden gezongen |
| jullie | hadden gezongen |
| zij | hadden gezongen |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal zingen |
| jij | zult zingen |
| hij/zij/het | zal zingen |
| wij | zullen zingen |
| jullie | zullen zingen |
| zij | zullen zingen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou zingen |
| jij | zou zingen |
| hij/zij/het | zou zingen |
| wij | zouden zingen |
| jullie | zouden zingen |
| zij | zouden zingen |
Practise zingen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: zingen, zong, gezongen.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij zingt, but zing jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of zingen?
zong (ik, jij, hij/zij/het) and zongen (wij, jullie, zij).
What is the past participle of zingen?
gezongen, with hebben: ik heb gezongen.
Is zingen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gezongen, hij heeft gezongen.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.