Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular, separable

Conjugación de Aanmeren

aanmeren = atracar

Infinitivo
aanmeren
Pasado
meerde aan · meerden aan
Perfecto
heeft / is aangemeerd

Respuesta rápida

Aanmeren significa atracar. Pasado: meerde aan (singular) y meerden aan (plural). Participio: aangemeerd, con hebben / zijn: ik heb / ben aangemeerd.

Practica aanmeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikmeer aan
jijmeert aan
hij/zij/hetmeert aan
wijmeren aan
julliemeren aan
zijmeren aan

Pasado (verleden tijd)

ikmeerde aan
jijmeerde aan
hij/zij/hetmeerde aan
wijmeerden aan
julliemeerden aan
zijmeerden aan

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben aangemeerd
jijhebt / bent aangemeerd
hij/zij/hetheeft / is aangemeerd
wijhebben / zijn aangemeerd
julliehebben / zijn aangemeerd
zijhebben / zijn aangemeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was aangemeerd
jijhad / was aangemeerd
hij/zij/hethad / was aangemeerd
wijhadden / waren aangemeerd
julliehadden / waren aangemeerd
zijhadden / waren aangemeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal aanmeren
jijzult aanmeren
hij/zij/hetzal aanmeren
wijzullen aanmeren
julliezullen aanmeren
zijzullen aanmeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanmeren
jijzou aanmeren
hij/zij/hetzou aanmeren
wijzouden aanmeren
julliezouden aanmeren
zijzouden aanmeren

Aanmeren es un verbo separable

En una oración principal aan va al final (ik meer aan). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik aanmeer). Participio: aangemeerd.

Oración principalik meer aan
Preguntameer jij aan?
Oración subordinada… dat ik aanmeer
Con un verbo modalik wil aanmeren
Pretérito perfectoik heb / ben aangemeerd
Con om ... teom aan te meren
Imperativomeer aan!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica aanmeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

aanmeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De kapitein het schip bij de kade .

  2. Pasado

    Ze de boot vorige zomer in de haven .

  3. Pretérito perfecto

    De zeiler zijn boot veilig .

  4. Pretérito perfecto

    Het cruiseschip vanmorgen om zeven uur in Rotterdam .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es meer. En el infinitivo meren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (meerde, meerden) y el participio termina en -d (aangemeerd).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo aan va al final: ik meer aan. En una subordinada se queda unido: ... dat ik aanmeer, ... dat ik aanmeerde.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: aangemeerd.
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de aanmeren?

meerde aan (ik, jij, hij/zij/het) y meerden aan (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de aanmeren?

aangemeerd, con hebben o zijn según el significado: De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.

¿El verbo aanmeren va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.

¿Es aanmeren un verbo separable?

Sí. En una oración principal aan va al final (ik meer aan), en una subordinada permanece unido (dat ik aanmeer). Participio: aangemeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.