Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Bereiden

bereiden = preparar

Infinitivo
bereiden
Pasado
bereidde · bereidden
Perfecto
heeft bereid

Respuesta rápida

Bereiden significa preparar. Pasado: bereidde (singular) y bereidden (plural). Participio: bereid, con hebben: ik heb bereid.

Practica bereiden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbereid
jijbereidt
hij/zij/hetbereidt
wijbereiden
julliebereiden
zijbereiden

Pasado (verleden tijd)

ikbereidde
jijbereidde
hij/zij/hetbereidde
wijbereidden
julliebereidden
zijbereidden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb bereid
jijhebt bereid
hij/zij/hetheeft bereid
wijhebben bereid
julliehebben bereid
zijhebben bereid

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad bereid
jijhad bereid
hij/zij/hethad bereid
wijhadden bereid
julliehadden bereid
zijhadden bereid

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bereiden
jijzult bereiden
hij/zij/hetzal bereiden
wijzullen bereiden
julliezullen bereiden
zijzullen bereiden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bereiden
jijzou bereiden
hij/zij/hetzou bereiden
wijzouden bereiden
julliezouden bereiden
zijzouden bereiden

Practica bereiden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bereiden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn vader elke zondag een grote maaltijd.

  2. Pasado

    Wij gisteren samen de soep.

  3. Pretérito perfecto

    Jij een heerlijk diner .

  4. Oración subordinada

    De kok is blij omdat hij het eten .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bereid. En el infinitivo bereiden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bereidde, bereidden) y el participio termina en -d (bereid).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: bereid.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bereidt, pero bereid jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bereiden?

bereidde (ik, jij, hij/zij/het) y bereidden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bereiden?

bereid, con hebben: ik heb bereid.

¿El verbo bereiden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb bereid, hij heeft bereid.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.