Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Bevrijden

bevrijden = liberar

Infinitivo
bevrijden
Pasado
bevrijdde · bevrijdden
Perfecto
heeft bevrijd

Respuesta rápida

Bevrijden significa liberar. Pasado: bevrijdde (singular) y bevrijdden (plural). Participio: bevrijd, con hebben: ik heb bevrijd.

Practica bevrijden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbevrijd
jijbevrijdt
hij/zij/hetbevrijdt
wijbevrijden
julliebevrijden
zijbevrijden

Pasado (verleden tijd)

ikbevrijdde
jijbevrijdde
hij/zij/hetbevrijdde
wijbevrijdden
julliebevrijdden
zijbevrijdden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb bevrijd
jijhebt bevrijd
hij/zij/hetheeft bevrijd
wijhebben bevrijd
julliehebben bevrijd
zijhebben bevrijd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad bevrijd
jijhad bevrijd
hij/zij/hethad bevrijd
wijhadden bevrijd
julliehadden bevrijd
zijhadden bevrijd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bevrijden
jijzult bevrijden
hij/zij/hetzal bevrijden
wijzullen bevrijden
julliezullen bevrijden
zijzullen bevrijden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bevrijden
jijzou bevrijden
hij/zij/hetzou bevrijden
wijzouden bevrijden
julliezouden bevrijden
zijzouden bevrijden

Practica bevrijden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bevrijden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De brandweer de kat uit de hoge boom.

  2. Pasado

    In 1945 de soldaten ons dorp.

  3. Oración subordinada

    Iedereen was blij toen het leger de stad .

  4. Presente

    Jullie de vis uit het net en gooien hem terug.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bevrijd. En el infinitivo bevrijden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bevrijdde, bevrijdden) y el participio termina en -d (bevrijd).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: bevrijd.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bevrijdt, pero bevrijd jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bevrijden?

bevrijdde (ik, jij, hij/zij/het) y bevrijdden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bevrijden?

bevrijd, con hebben: ik heb bevrijd.

¿El verbo bevrijden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb bevrijd, hij heeft bevrijd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.