Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Bevrijden conjugation

bevrijden = to liberate

Infinitive
bevrijden
Past
bevrijdde · bevrijdden
Perfect
heeft bevrijd

Quick answer

Bevrijden means to liberate. Past tense: bevrijdde (singular) and bevrijdden (plural). Past participle: bevrijd, with hebben: ik heb bevrijd.

Practise bevrijden

Present (tegenwoordige tijd)

ikbevrijd
jijbevrijdt
hij/zij/hetbevrijdt
wijbevrijden
julliebevrijden
zijbevrijden

Past (verleden tijd)

ikbevrijdde
jijbevrijdde
hij/zij/hetbevrijdde
wijbevrijdden
julliebevrijdden
zijbevrijdden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb bevrijd
jijhebt bevrijd
hij/zij/hetheeft bevrijd
wijhebben bevrijd
julliehebben bevrijd
zijhebben bevrijd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad bevrijd
jijhad bevrijd
hij/zij/hethad bevrijd
wijhadden bevrijd
julliehadden bevrijd
zijhadden bevrijd

Future (toekomende tijd)

ikzal bevrijden
jijzult bevrijden
hij/zij/hetzal bevrijden
wijzullen bevrijden
julliezullen bevrijden
zijzullen bevrijden

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bevrijden
jijzou bevrijden
hij/zij/hetzou bevrijden
wijzouden bevrijden
julliezouden bevrijden
zijzouden bevrijden

Practise bevrijden

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is bevrijd. The infinitive bevrijden has d before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (bevrijdde, bevrijdden) and the participle ends in -d (bevrijd).
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: bevrijd.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij bevrijdt, but bevrijd jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of bevrijden?

bevrijdde (ik, jij, hij/zij/het) and bevrijdden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of bevrijden?

bevrijd, with hebben: ik heb bevrijd.

Is bevrijden used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb bevrijd, hij heeft bevrijd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.