Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, no separable

Conjugación de Beweren

beweren = afirmar

Infinitivo
beweren
Pasado
beweerde · beweerden
Perfecto
heeft beweerd

Respuesta rápida

Beweren significa afirmar. Pasado: beweerde (singular) y beweerden (plural). Participio: beweerd, con hebben: ik heb beweerd.

Practica beweren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbeweer
jijbeweert
hij/zij/hetbeweert
wijbeweren
julliebeweren
zijbeweren

Pasado (verleden tijd)

ikbeweerde
jijbeweerde
hij/zij/hetbeweerde
wijbeweerden
julliebeweerden
zijbeweerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb beweerd
jijhebt beweerd
hij/zij/hetheeft beweerd
wijhebben beweerd
julliehebben beweerd
zijhebben beweerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad beweerd
jijhad beweerd
hij/zij/hethad beweerd
wijhadden beweerd
julliehadden beweerd
zijhadden beweerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal beweren
jijzult beweren
hij/zij/hetzal beweren
wijzullen beweren
julliezullen beweren
zijzullen beweren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou beweren
jijzou beweren
hij/zij/hetzou beweren
wijzouden beweren
julliezouden beweren
zijzouden beweren

Beweren no es separable

El prefijo be- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik beweer, dat ik beweer), y el participio no lleva ge- adicional: beweerd.

Oración principalik beweer
Preguntabeweer jij?
Oración subordinada… dat ik beweer
Con un verbo modalik wil beweren
Pretérito perfectoik heb beweerd
Con om ... teom te beweren
Imperativobeweer!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica beweren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

beweren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn buurman dat hij elke dag hardloopt.

  2. Pasado

    De verkoper dat de auto bijna nieuw was.

  3. Pasado

    Hij de hele avond dat hij de weg wist.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es beweer. En el infinitivo beweren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (beweerde, beweerden) y el participio termina en -d (beweerd).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: beweerd.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij beweert, pero beweer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de beweren?

beweerde (ik, jij, hij/zij/het) y beweerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de beweren?

beweerd, con hebben: ik heb beweerd.

¿El verbo beweren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb beweerd, hij heeft beweerd.

¿Es beweren un verbo separable?

No. El prefijo be- nunca se separa de beweren (ik beweer, dat ik beweer), y el participio no lleva ge- adicional: beweerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.