Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular, separable

Aankleden conjugation

aankleden = to dress, get dressed

Infinitive
aankleden
Past
kleedde aan · kleedden aan
Perfect
heeft aangekleed

Quick answer

Aankleden means to dress, get dressed. Past tense: kleedde aan (singular) and kleedden aan (plural). Past participle: aangekleed, with hebben: ik heb aangekleed.

Practise aankleden

Present (tegenwoordige tijd)

ikkleed aan
jijkleedt aan
hij/zij/hetkleedt aan
wijkleden aan
julliekleden aan
zijkleden aan

Past (verleden tijd)

ikkleedde aan
jijkleedde aan
hij/zij/hetkleedde aan
wijkleedden aan
julliekleedden aan
zijkleedden aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangekleed
jijhebt aangekleed
hij/zij/hetheeft aangekleed
wijhebben aangekleed
julliehebben aangekleed
zijhebben aangekleed

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangekleed
jijhad aangekleed
hij/zij/hethad aangekleed
wijhadden aangekleed
julliehadden aangekleed
zijhadden aangekleed

Future (toekomende tijd)

ikzal aankleden
jijzult aankleden
hij/zij/hetzal aankleden
wijzullen aankleden
julliezullen aankleden
zijzullen aankleden

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aankleden
jijzou aankleden
hij/zij/hetzou aankleden
wijzouden aankleden
julliezouden aankleden
zijzouden aankleden

Aankleden is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik kleed aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aankleed). Participle: aangekleed.

Main clauseik kleed aan
Questionkleed jij aan?
Subordinate clause… dat ik aankleed
With a modal verbik wil aankleden
Perfect tenseik heb aangekleed
With om ... teom aan te kleden
Imperativekleed aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aankleden

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is kleed. The infinitive kleden has d before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (kleedde, kleedden) and the participle ends in -d (aangekleed).
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik kleed aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aankleed, ... dat ik aankleedde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangekleed.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aankleden?

kleedde aan (ik, jij, hij/zij/het) and kleedden aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aankleden?

aangekleed, with hebben: ik heb aangekleed.

Is aankleden used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangekleed, hij heeft aangekleed.

Is aankleden a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik kleed aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aankleed). Participle: aangekleed.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.