Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular, no separable

Conjugación de Bewonen

bewonen = habitar

Infinitivo
bewonen
Pasado
bewoonde · bewoonden
Perfecto
heeft bewoond

Respuesta rápida

Bewonen significa habitar. Pasado: bewoonde (singular) y bewoonden (plural). Participio: bewoond, con hebben: ik heb bewoond.

Practica bewonen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbewoon
jijbewoont
hij/zij/hetbewoont
wijbewonen
julliebewonen
zijbewonen

Pasado (verleden tijd)

ikbewoonde
jijbewoonde
hij/zij/hetbewoonde
wijbewoonden
julliebewoonden
zijbewoonden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb bewoond
jijhebt bewoond
hij/zij/hetheeft bewoond
wijhebben bewoond
julliehebben bewoond
zijhebben bewoond

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad bewoond
jijhad bewoond
hij/zij/hethad bewoond
wijhadden bewoond
julliehadden bewoond
zijhadden bewoond

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bewonen
jijzult bewonen
hij/zij/hetzal bewonen
wijzullen bewonen
julliezullen bewonen
zijzullen bewonen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bewonen
jijzou bewonen
hij/zij/hetzou bewonen
wijzouden bewonen
julliezouden bewonen
zijzouden bewonen

Bewonen no es separable

El prefijo be- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik bewoon, dat ik bewoon), y el participio no lleva ge- adicional: bewoond.

Oración principalik bewoon
Preguntabewoon jij?
Oración subordinada… dat ik bewoon
Con un verbo modalik wil bewonen
Pretérito perfectoik heb bewoond
Con om ... teom te bewonen
Imperativobewoon!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica bewonen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bewonen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn oom een groot huis aan het water.

  2. Pasado

    Vroeger zij samen deze oude boerderij.

  3. Pretérito perfecto

    De familie het huis meer dan dertig jaar .

  4. Oración subordinada

    Ik weet dat jullie het appartement .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bewoon. En el infinitivo bewonen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bewoonde, bewoonden) y el participio termina en -d (bewoond).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: bewoond.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bewoont, pero bewoon jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bewonen?

bewoonde (ik, jij, hij/zij/het) y bewoonden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bewonen?

bewoond, con hebben: ik heb bewoond.

¿El verbo bewonen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb bewoond, hij heeft bewoond.

¿Es bewonen un verbo separable?

No. El prefijo be- nunca se separa de bewonen (ik bewoon, dat ik bewoon), y el participio no lleva ge- adicional: bewoond.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.