Niveau B2 · Regelmatig, niet scheidbaar
Vervoeging van Bewonen
bewonen = to inhabit
- Hele werkwoord
- bewonen
- Verleden tijd
- bewoonde · bewoonden
- Voltooide tijd
- heeft bewoond
Kort antwoord
Bewonen is in het Engels to inhabit. Verleden tijd: bewoonde (enkelvoud) en bewoonden (meervoud). Voltooid deelwoord: bewoond, met hebben: ik heb bewoond.
Oefen bewonenTegenwoordige tijd
| ik | bewoon |
| jij | bewoont |
| hij/zij/het | bewoont |
| wij | bewonen |
| jullie | bewonen |
| zij | bewonen |
Verleden tijd
| ik | bewoonde |
| jij | bewoonde |
| hij/zij/het | bewoonde |
| wij | bewoonden |
| jullie | bewoonden |
| zij | bewoonden |
Voltooide tijd
| ik | heb bewoond |
| jij | hebt bewoond |
| hij/zij/het | heeft bewoond |
| wij | hebben bewoond |
| jullie | hebben bewoond |
| zij | hebben bewoond |
Voltooid verleden tijd
| ik | had bewoond |
| jij | had bewoond |
| hij/zij/het | had bewoond |
| wij | hadden bewoond |
| jullie | hadden bewoond |
| zij | hadden bewoond |
Toekomende tijd
| ik | zal bewonen |
| jij | zult bewonen |
| hij/zij/het | zal bewonen |
| wij | zullen bewonen |
| jullie | zullen bewonen |
| zij | zullen bewonen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou bewonen |
| jij | zou bewonen |
| hij/zij/het | zou bewonen |
| wij | zouden bewonen |
| jullie | zouden bewonen |
| zij | zouden bewonen |
Bewonen is niet scheidbaar
Het voorvoegsel be- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik bewoon, dat ik bewoon), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: bewoond.
| Hoofdzin | ik bewoon |
| Vraag | bewoon jij? |
| Bijzin | … dat ik bewoon |
| Met een modaal werkwoord | ik wil bewonen |
| Voltooide tijd | ik heb bewoond |
| Met om ... te | om te bewonen |
| Gebiedende wijs | bewoon! |
Oefen bewonen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
bewonen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is bewoon. In bewonen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (bewoonde, bewoonden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (bewoond).
- Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: bewoond.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bewoont, maar bewoon jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van bewonen?
bewoonde (ik, jij, hij/zij/het) en bewoonden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van bewonen?
bewoond, met hebben: ik heb bewoond.
Gebruik je bewonen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb bewoond, hij heeft bewoond.
Is bewonen een scheidbaar werkwoord?
Nee. Het voorvoegsel be- gaat bij bewonen nooit los (ik bewoon, dat ik bewoon), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: bewoond.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.