Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Bladeren

bladeren = hojear, echar hojas

Infinitivo
bladeren
Pasado
bladerde · bladerden
Perfecto
heeft gebladerd

Respuesta rápida

Bladeren significa hojear, echar hojas. Pasado: bladerde (singular) y bladerden (plural). Participio: gebladerd, con hebben: ik heb gebladerd.

Practica bladeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikblader
jijbladert
hij/zij/hetbladert
wijbladeren
julliebladeren
zijbladeren

Pasado (verleden tijd)

ikbladerde
jijbladerde
hij/zij/hetbladerde
wijbladerden
julliebladerden
zijbladerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gebladerd
jijhebt gebladerd
hij/zij/hetheeft gebladerd
wijhebben gebladerd
julliehebben gebladerd
zijhebben gebladerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gebladerd
jijhad gebladerd
hij/zij/hethad gebladerd
wijhadden gebladerd
julliehadden gebladerd
zijhadden gebladerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bladeren
jijzult bladeren
hij/zij/hetzal bladeren
wijzullen bladeren
julliezullen bladeren
zijzullen bladeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bladeren
jijzou bladeren
hij/zij/hetzou bladeren
wijzouden bladeren
julliezouden bladeren
zijzouden bladeren

Practica bladeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bladeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn zus in de bibliotheek door een dik boek.

  2. Pasado

    Zij gisteren door het fotoboek van oma.

  3. Pretérito perfecto

    Ik even door de krant in de wachtkamer.

  4. Oración subordinada

    De kinderen worden stil als ze door een prentenboek .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es blader. En el infinitivo bladeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bladerde, bladerden) y el participio termina en -d (gebladerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bladert, pero blader jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bladeren?

bladerde (ik, jij, hij/zij/het) y bladerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bladeren?

gebladerd, con hebben: ik heb gebladerd.

¿El verbo bladeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gebladerd, hij heeft gebladerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.