Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Blokkeren

blokkeren = bloquear

Infinitivo
blokkeren
Pasado
blokkeerde · blokkeerden
Perfecto
heeft geblokkeerd

Respuesta rápida

Blokkeren significa bloquear. Pasado: blokkeerde (singular) y blokkeerden (plural). Participio: geblokkeerd, con hebben: ik heb geblokkeerd.

Practica blokkeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikblokkeer
jijblokkeert
hij/zij/hetblokkeert
wijblokkeren
jullieblokkeren
zijblokkeren

Pasado (verleden tijd)

ikblokkeerde
jijblokkeerde
hij/zij/hetblokkeerde
wijblokkeerden
jullieblokkeerden
zijblokkeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geblokkeerd
jijhebt geblokkeerd
hij/zij/hetheeft geblokkeerd
wijhebben geblokkeerd
julliehebben geblokkeerd
zijhebben geblokkeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geblokkeerd
jijhad geblokkeerd
hij/zij/hethad geblokkeerd
wijhadden geblokkeerd
julliehadden geblokkeerd
zijhadden geblokkeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal blokkeren
jijzult blokkeren
hij/zij/hetzal blokkeren
wijzullen blokkeren
julliezullen blokkeren
zijzullen blokkeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou blokkeren
jijzou blokkeren
hij/zij/hetzou blokkeren
wijzouden blokkeren
julliezouden blokkeren
zijzouden blokkeren

Practica blokkeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

blokkeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Een grote vrachtwagen de weg voor ons huis.

  2. Pasado

    De demonstranten gisteren urenlang de ingang van het station.

  3. Pretérito perfecto

    Ik mijn bankpas direct na de diefstal.

  4. Oración subordinada

    We kunnen niet vertrekken omdat iemand onze auto .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es blokkeer. En el infinitivo blokkeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (blokkeerde, blokkeerden) y el participio termina en -d (geblokkeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij blokkeert, pero blokkeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de blokkeren?

blokkeerde (ik, jij, hij/zij/het) y blokkeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de blokkeren?

geblokkeerd, con hebben: ik heb geblokkeerd.

¿El verbo blokkeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geblokkeerd, hij heeft geblokkeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.