Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Blokkeren conjugation

blokkeren = to block

Infinitive
blokkeren
Past
blokkeerde · blokkeerden
Perfect
heeft geblokkeerd

Quick answer

Blokkeren means to block. Past tense: blokkeerde (singular) and blokkeerden (plural). Past participle: geblokkeerd, with hebben: ik heb geblokkeerd.

Practise blokkeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikblokkeer
jijblokkeert
hij/zij/hetblokkeert
wijblokkeren
jullieblokkeren
zijblokkeren

Past (verleden tijd)

ikblokkeerde
jijblokkeerde
hij/zij/hetblokkeerde
wijblokkeerden
jullieblokkeerden
zijblokkeerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geblokkeerd
jijhebt geblokkeerd
hij/zij/hetheeft geblokkeerd
wijhebben geblokkeerd
julliehebben geblokkeerd
zijhebben geblokkeerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geblokkeerd
jijhad geblokkeerd
hij/zij/hethad geblokkeerd
wijhadden geblokkeerd
julliehadden geblokkeerd
zijhadden geblokkeerd

Future (toekomende tijd)

ikzal blokkeren
jijzult blokkeren
hij/zij/hetzal blokkeren
wijzullen blokkeren
julliezullen blokkeren
zijzullen blokkeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou blokkeren
jijzou blokkeren
hij/zij/hetzou blokkeren
wijzouden blokkeren
julliezouden blokkeren
zijzouden blokkeren

Practise blokkeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is blokkeer. The infinitive blokkeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (blokkeerde, blokkeerden) and the participle ends in -d (geblokkeerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij blokkeert, but blokkeer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of blokkeren?

blokkeerde (ik, jij, hij/zij/het) and blokkeerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of blokkeren?

geblokkeerd, with hebben: ik heb geblokkeerd.

Is blokkeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geblokkeerd, hij heeft geblokkeerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.