Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Boren

boren = perforar

Infinitivo
boren
Pasado
boorde · boorden
Perfecto
heeft geboord

Respuesta rápida

Boren significa perforar. Pasado: boorde (singular) y boorden (plural). Participio: geboord, con hebben: ik heb geboord.

Practica boren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikboor
jijboort
hij/zij/hetboort
wijboren
jullieboren
zijboren

Pasado (verleden tijd)

ikboorde
jijboorde
hij/zij/hetboorde
wijboorden
jullieboorden
zijboorden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geboord
jijhebt geboord
hij/zij/hetheeft geboord
wijhebben geboord
julliehebben geboord
zijhebben geboord

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geboord
jijhad geboord
hij/zij/hethad geboord
wijhadden geboord
julliehadden geboord
zijhadden geboord

Futuro (toekomende tijd)

ikzal boren
jijzult boren
hij/zij/hetzal boren
wijzullen boren
julliezullen boren
zijzullen boren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou boren
jijzou boren
hij/zij/hetzou boren
wijzouden boren
julliezouden boren
zijzouden boren

Practica boren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

boren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn buurman een gat in de muur.

  2. Pasado

    Gisteren ik een gat in de plank.

  3. Pretérito perfecto

    Wij gisteren een gat in het plafond .

  4. Oración subordinada

    Ik wacht tot mijn vader klaar is, omdat hij nog een gat in de muur .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es boor. En el infinitivo boren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (boorde, boorden) y el participio termina en -d (geboord).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij boort, pero boor jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de boren?

boorde (ik, jij, hij/zij/het) y boorden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de boren?

geboord, con hebben: ik heb geboord.

¿El verbo boren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geboord, hij heeft geboord.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.