Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Botsen

botsen = chocar

Infinitivo
botsen
Pasado
botste · botsten
Perfecto
heeft / is gebotst

Respuesta rápida

Botsen significa chocar. Pasado: botste (singular) y botsten (plural). Participio: gebotst, con hebben / zijn: ik heb / ben gebotst.

Practica botsen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbots
jijbotst
hij/zij/hetbotst
wijbotsen
julliebotsen
zijbotsen

Pasado (verleden tijd)

ikbotste
jijbotste
hij/zij/hetbotste
wijbotsten
julliebotsten
zijbotsten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gebotst
jijhebt / bent gebotst
hij/zij/hetheeft / is gebotst
wijhebben / zijn gebotst
julliehebben / zijn gebotst
zijhebben / zijn gebotst

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gebotst
jijhad / was gebotst
hij/zij/hethad / was gebotst
wijhadden / waren gebotst
julliehadden / waren gebotst
zijhadden / waren gebotst

Futuro (toekomende tijd)

ikzal botsen
jijzult botsen
hij/zij/hetzal botsen
wijzullen botsen
julliezullen botsen
zijzullen botsen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou botsen
jijzou botsen
hij/zij/hetzou botsen
wijzouden botsen
julliezouden botsen
zijzouden botsen

Practica botsen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

botsen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De twee fietsers bijna op elkaar.

  2. Pasado

    Een auto gisteren tegen mijn bus.

  3. Pretérito perfecto

    Hij in het donker tegen een boom .

  4. Oración subordinada

    Ik schrok toen de twee treinen bijna .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bots. En el infinitivo botsen hay una s antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (botste, botsten) y el participio termina en -t (gebotst).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij botst, pero bots jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. De auto's hebben op het kruispunt gebotst. Hij is tegen een boom gebotst.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de botsen?

botste (ik, jij, hij/zij/het) y botsten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de botsen?

gebotst, con hebben o zijn según el significado: De auto's hebben op het kruispunt gebotst. Hij is tegen een boom gebotst.

¿El verbo botsen va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: De auto's hebben op het kruispunt gebotst. Hij is tegen een boom gebotst.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.