Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Demonstreren

demonstreren = demostrar

Infinitivo
demonstreren
Pasado
demonstreerde · demonstreerden
Perfecto
heeft gedemonstreerd

Respuesta rápida

Demonstreren significa demostrar. Pasado: demonstreerde (singular) y demonstreerden (plural). Participio: gedemonstreerd, con hebben: ik heb gedemonstreerd.

Practica demonstreren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdemonstreer
jijdemonstreert
hij/zij/hetdemonstreert
wijdemonstreren
julliedemonstreren
zijdemonstreren

Pasado (verleden tijd)

ikdemonstreerde
jijdemonstreerde
hij/zij/hetdemonstreerde
wijdemonstreerden
julliedemonstreerden
zijdemonstreerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gedemonstreerd
jijhebt gedemonstreerd
hij/zij/hetheeft gedemonstreerd
wijhebben gedemonstreerd
julliehebben gedemonstreerd
zijhebben gedemonstreerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gedemonstreerd
jijhad gedemonstreerd
hij/zij/hethad gedemonstreerd
wijhadden gedemonstreerd
julliehadden gedemonstreerd
zijhadden gedemonstreerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal demonstreren
jijzult demonstreren
hij/zij/hetzal demonstreren
wijzullen demonstreren
julliezullen demonstreren
zijzullen demonstreren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou demonstreren
jijzou demonstreren
hij/zij/hetzou demonstreren
wijzouden demonstreren
julliezouden demonstreren
zijzouden demonstreren

Practica demonstreren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

demonstreren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De leraar het experiment voor de hele klas.

  2. Pasado

    Gisteren veel mensen in het centrum tegen de nieuwe wet.

  3. Pretérito perfecto

    Ik het nieuwe apparaat aan mijn klanten .

  4. Oración subordinada

    Zij gaat naar het plein omdat ze wil voor beter onderwijs.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es demonstreer. En el infinitivo demonstreren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (demonstreerde, demonstreerden) y el participio termina en -d (gedemonstreerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij demonstreert, pero demonstreer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de demonstreren?

demonstreerde (ik, jij, hij/zij/het) y demonstreerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de demonstreren?

gedemonstreerd, con hebben: ik heb gedemonstreerd.

¿El verbo demonstreren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gedemonstreerd, hij heeft gedemonstreerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.