Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Garanderen

garanderen = garantizar

Infinitivo
garanderen
Pasado
garandeerde · garandeerden
Perfecto
heeft gegarandeerd

Respuesta rápida

Garanderen significa garantizar. Pasado: garandeerde (singular) y garandeerden (plural). Participio: gegarandeerd, con hebben: ik heb gegarandeerd.

Practica garanderen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikgarandeer
jijgarandeert
hij/zij/hetgarandeert
wijgaranderen
julliegaranderen
zijgaranderen

Pasado (verleden tijd)

ikgarandeerde
jijgarandeerde
hij/zij/hetgarandeerde
wijgarandeerden
julliegarandeerden
zijgarandeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gegarandeerd
jijhebt gegarandeerd
hij/zij/hetheeft gegarandeerd
wijhebben gegarandeerd
julliehebben gegarandeerd
zijhebben gegarandeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gegarandeerd
jijhad gegarandeerd
hij/zij/hethad gegarandeerd
wijhadden gegarandeerd
julliehadden gegarandeerd
zijhadden gegarandeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal garanderen
jijzult garanderen
hij/zij/hetzal garanderen
wijzullen garanderen
julliezullen garanderen
zijzullen garanderen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou garanderen
jijzou garanderen
hij/zij/hetzou garanderen
wijzouden garanderen
julliezouden garanderen
zijzouden garanderen

Practica garanderen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

garanderen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik dat het pakket morgen aankomt.

  2. Pasado

    De winkel ons een snelle reparatie.

  3. Pretérito perfecto

    De verkoper mij een lage prijs .

  4. Oración subordinada

    Wij kopen deze telefoon omdat ze een jaar garantie .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es garandeer. En el infinitivo garanderen hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (garandeerde, garandeerden) y el participio termina en -d (gegarandeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij garandeert, pero garandeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de garanderen?

garandeerde (ik, jij, hij/zij/het) y garandeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de garanderen?

gegarandeerd, con hebben: ik heb gegarandeerd.

¿El verbo garanderen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gegarandeerd, hij heeft gegarandeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.