Level B1 · Regular
Garanderen conjugation
garanderen = to guarantee
- Infinitive
- garanderen
- Past
- garandeerde · garandeerden
- Perfect
- heeft gegarandeerd
Quick answer
Garanderen means to guarantee. Past tense: garandeerde (singular) and garandeerden (plural). Past participle: gegarandeerd, with hebben: ik heb gegarandeerd.
Practise garanderenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | garandeer |
| jij | garandeert |
| hij/zij/het | garandeert |
| wij | garanderen |
| jullie | garanderen |
| zij | garanderen |
Past (verleden tijd)
| ik | garandeerde |
| jij | garandeerde |
| hij/zij/het | garandeerde |
| wij | garandeerden |
| jullie | garandeerden |
| zij | garandeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gegarandeerd |
| jij | hebt gegarandeerd |
| hij/zij/het | heeft gegarandeerd |
| wij | hebben gegarandeerd |
| jullie | hebben gegarandeerd |
| zij | hebben gegarandeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gegarandeerd |
| jij | had gegarandeerd |
| hij/zij/het | had gegarandeerd |
| wij | hadden gegarandeerd |
| jullie | hadden gegarandeerd |
| zij | hadden gegarandeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal garanderen |
| jij | zult garanderen |
| hij/zij/het | zal garanderen |
| wij | zullen garanderen |
| jullie | zullen garanderen |
| zij | zullen garanderen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou garanderen |
| jij | zou garanderen |
| hij/zij/het | zou garanderen |
| wij | zouden garanderen |
| jullie | zouden garanderen |
| zij | zouden garanderen |
Practise garanderen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is garandeer. The infinitive garanderen has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (garandeerde, garandeerden) and the participle ends in -d (gegarandeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij garandeert, but garandeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of garanderen?
garandeerde (ik, jij, hij/zij/het) and garandeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of garanderen?
gegarandeerd, with hebben: ik heb gegarandeerd.
Is garanderen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gegarandeerd, hij heeft gegarandeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.