Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Gelden

gelden = aplicarse, contar

Infinitivo
gelden
Pasado
gold · golden
Perfecto
heeft gegolden

Respuesta rápida

Gelden significa aplicarse, contar. Pasado: gold (singular) y golden (plural). Participio: gegolden, con hebben: ik heb gegolden.

Practica gelden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikgeld
jijgeldt
hij/zij/hetgeldt
wijgelden
julliegelden
zijgelden

Pasado (verleden tijd)

ikgold
jijgold
hij/zij/hetgold
wijgolden
julliegolden
zijgolden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gegolden
jijhebt gegolden
hij/zij/hetheeft gegolden
wijhebben gegolden
julliehebben gegolden
zijhebben gegolden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gegolden
jijhad gegolden
hij/zij/hethad gegolden
wijhadden gegolden
julliehadden gegolden
zijhadden gegolden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal gelden
jijzult gelden
hij/zij/hetzal gelden
wijzullen gelden
julliezullen gelden
zijzullen gelden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou gelden
jijzou gelden
hij/zij/hetzou gelden
wijzouden gelden
julliezouden gelden
zijzouden gelden

Practica gelden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

gelden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Deze regel voor alle leerlingen van de school.

  2. Pasado

    Vroeger die regels ook voor ons.

  3. Pretérito perfecto

    Die afspraak vorig jaar niet voor iedereen .

  4. Oración subordinada

    Ik weet niet of die korting ook voor mij .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: gelden, gold, gegolden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij geldt, pero geld jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de gelden?

gold (ik, jij, hij/zij/het) y golden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de gelden?

gegolden, con hebben: ik heb gegolden.

¿El verbo gelden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gegolden, hij heeft gegolden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.