Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Glanzen conjugation

glanzen = to gleam

Infinitive
glanzen
Past
glansde · glansden
Perfect
heeft geglansd

Quick answer

Glanzen means to gleam. Past tense: glansde (singular) and glansden (plural). Past participle: geglansd, with hebben: ik heb geglansd.

Practise glanzen

Present (tegenwoordige tijd)

ikglans
jijglanst
hij/zij/hetglanst
wijglanzen
jullieglanzen
zijglanzen

Past (verleden tijd)

ikglansde
jijglansde
hij/zij/hetglansde
wijglansden
jullieglansden
zijglansden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geglansd
jijhebt geglansd
hij/zij/hetheeft geglansd
wijhebben geglansd
julliehebben geglansd
zijhebben geglansd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geglansd
jijhad geglansd
hij/zij/hethad geglansd
wijhadden geglansd
julliehadden geglansd
zijhadden geglansd

Future (toekomende tijd)

ikzal glanzen
jijzult glanzen
hij/zij/hetzal glanzen
wijzullen glanzen
julliezullen glanzen
zijzullen glanzen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou glanzen
jijzou glanzen
hij/zij/hetzou glanzen
wijzouden glanzen
julliezouden glanzen
zijzouden glanzen

Practise glanzen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is glans. The infinitive glanzen has z before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (glansde, glansden) and the participle ends in -d (geglansd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij glanst, but glans jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of glanzen?

glansde (ik, jij, hij/zij/het) and glansden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of glanzen?

geglansd, with hebben: ik heb geglansd.

Is glanzen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geglansd, hij heeft geglansd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.