Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Verhogen conjugation

verhogen = to increase

Infinitive
verhogen
Past
verhoogde · verhoogden
Perfect
heeft verhoogd

Quick answer

Verhogen means to increase. Past tense: verhoogde (singular) and verhoogden (plural). Past participle: verhoogd, with hebben: ik heb verhoogd.

Practise verhogen

Present (tegenwoordige tijd)

ikverhoog
jijverhoogt
hij/zij/hetverhoogt
wijverhogen
jullieverhogen
zijverhogen

Past (verleden tijd)

ikverhoogde
jijverhoogde
hij/zij/hetverhoogde
wijverhoogden
jullieverhoogden
zijverhoogden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb verhoogd
jijhebt verhoogd
hij/zij/hetheeft verhoogd
wijhebben verhoogd
julliehebben verhoogd
zijhebben verhoogd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad verhoogd
jijhad verhoogd
hij/zij/hethad verhoogd
wijhadden verhoogd
julliehadden verhoogd
zijhadden verhoogd

Future (toekomende tijd)

ikzal verhogen
jijzult verhogen
hij/zij/hetzal verhogen
wijzullen verhogen
julliezullen verhogen
zijzullen verhogen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verhogen
jijzou verhogen
hij/zij/hetzou verhogen
wijzouden verhogen
julliezouden verhogen
zijzouden verhogen

Practise verhogen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is verhoog. The infinitive verhogen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (verhoogde, verhoogden) and the participle ends in -d (verhoogd).
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verhoogd.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij verhoogt, but verhoog jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verhogen?

verhoogde (ik, jij, hij/zij/het) and verhoogden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verhogen?

verhoogd, with hebben: ik heb verhoogd.

Is verhogen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb verhoogd, hij heeft verhoogd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.