Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Intrigeren

intrigeren = intrigar

Infinitivo
intrigeren
Pasado
intrigeerde · intrigeerden
Perfecto
heeft geïntrigeerd

Respuesta rápida

Intrigeren significa intrigar. Pasado: intrigeerde (singular) y intrigeerden (plural). Participio: geïntrigeerd, con hebben: ik heb geïntrigeerd.

Practica intrigeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikintrigeer
jijintrigeert
hij/zij/hetintrigeert
wijintrigeren
jullieintrigeren
zijintrigeren

Pasado (verleden tijd)

ikintrigeerde
jijintrigeerde
hij/zij/hetintrigeerde
wijintrigeerden
jullieintrigeerden
zijintrigeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geïntrigeerd
jijhebt geïntrigeerd
hij/zij/hetheeft geïntrigeerd
wijhebben geïntrigeerd
julliehebben geïntrigeerd
zijhebben geïntrigeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geïntrigeerd
jijhad geïntrigeerd
hij/zij/hethad geïntrigeerd
wijhadden geïntrigeerd
julliehadden geïntrigeerd
zijhadden geïntrigeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal intrigeren
jijzult intrigeren
hij/zij/hetzal intrigeren
wijzullen intrigeren
julliezullen intrigeren
zijzullen intrigeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou intrigeren
jijzou intrigeren
hij/zij/hetzou intrigeren
wijzouden intrigeren
julliezouden intrigeren
zijzouden intrigeren

Practica intrigeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

intrigeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Dit oude schilderij mij elke keer weer.

  2. Pasado

    Het verhaal van de oude man de kinderen.

  3. Pretérito perfecto

    Die vreemde brief mij erg .

  4. Oración subordinada

    Ik lees het boek omdat het onderwerp mij .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es intrigeer. En el infinitivo intrigeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (intrigeerde, intrigeerden) y el participio termina en -d (geïntrigeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij intrigeert, pero intrigeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de intrigeren?

intrigeerde (ik, jij, hij/zij/het) y intrigeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de intrigeren?

geïntrigeerd, con hebben: ik heb geïntrigeerd.

¿El verbo intrigeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geïntrigeerd, hij heeft geïntrigeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.