Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Kalmeren

kalmeren = calmarse

Infinitivo
kalmeren
Pasado
kalmeerde · kalmeerden
Perfecto
heeft / is gekalmeerd

Respuesta rápida

Kalmeren significa calmarse. Pasado: kalmeerde (singular) y kalmeerden (plural). Participio: gekalmeerd, con hebben / zijn: ik heb / ben gekalmeerd.

Practica kalmeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkalmeer
jijkalmeert
hij/zij/hetkalmeert
wijkalmeren
julliekalmeren
zijkalmeren

Pasado (verleden tijd)

ikkalmeerde
jijkalmeerde
hij/zij/hetkalmeerde
wijkalmeerden
julliekalmeerden
zijkalmeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gekalmeerd
jijhebt / bent gekalmeerd
hij/zij/hetheeft / is gekalmeerd
wijhebben / zijn gekalmeerd
julliehebben / zijn gekalmeerd
zijhebben / zijn gekalmeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gekalmeerd
jijhad / was gekalmeerd
hij/zij/hethad / was gekalmeerd
wijhadden / waren gekalmeerd
julliehadden / waren gekalmeerd
zijhadden / waren gekalmeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal kalmeren
jijzult kalmeren
hij/zij/hetzal kalmeren
wijzullen kalmeren
julliezullen kalmeren
zijzullen kalmeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kalmeren
jijzou kalmeren
hij/zij/hetzou kalmeren
wijzouden kalmeren
julliezouden kalmeren
zijzouden kalmeren

Practica kalmeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

kalmeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij altijd snel als je met je hond wandelt.

  2. Pasado

    Wij de boze klanten met een kop koffie.

  3. Pretérito perfecto

    De moeder het huilende kind snel .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es kalmeer. En el infinitivo kalmeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (kalmeerde, kalmeerden) y el participio termina en -d (gekalmeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij kalmeert, pero kalmeer jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Ze heeft het huilende kind gekalmeerd. Na een tijdje is hij gekalmeerd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de kalmeren?

kalmeerde (ik, jij, hij/zij/het) y kalmeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de kalmeren?

gekalmeerd, con hebben o zijn según el significado: Ze heeft het huilende kind gekalmeerd. Na een tijdje is hij gekalmeerd.

¿El verbo kalmeren va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Ze heeft het huilende kind gekalmeerd. Na een tijdje is hij gekalmeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.