Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Kweken

kweken = cultivar

Infinitivo
kweken
Pasado
kweekte · kweekten
Perfecto
heeft gekweekt

Respuesta rápida

Kweken significa cultivar. Pasado: kweekte (singular) y kweekten (plural). Participio: gekweekt, con hebben: ik heb gekweekt.

Practica kweken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkweek
jijkweekt
hij/zij/hetkweekt
wijkweken
julliekweken
zijkweken

Pasado (verleden tijd)

ikkweekte
jijkweekte
hij/zij/hetkweekte
wijkweekten
julliekweekten
zijkweekten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gekweekt
jijhebt gekweekt
hij/zij/hetheeft gekweekt
wijhebben gekweekt
julliehebben gekweekt
zijhebben gekweekt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gekweekt
jijhad gekweekt
hij/zij/hethad gekweekt
wijhadden gekweekt
julliehadden gekweekt
zijhadden gekweekt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal kweken
jijzult kweken
hij/zij/hetzal kweken
wijzullen kweken
julliezullen kweken
zijzullen kweken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kweken
jijzou kweken
hij/zij/hetzou kweken
wijzouden kweken
julliezouden kweken
zijzouden kweken

Practica kweken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

kweken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn vader tomaten in zijn kleine kas.

  2. Pasado

    Zij vroeger orchideeën op haar zolder.

  3. Pretérito perfecto

    De boer dit jaar veel aardbeien .

  4. Pasado

    Jullie vorige zomer kruiden op het balkon.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es kweek. En el infinitivo kweken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (kweekte, kweekten) y el participio termina en -t (gekweekt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij kweekt, pero kweek jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de kweken?

kweekte (ik, jij, hij/zij/het) y kweekten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de kweken?

gekweekt, con hebben: ik heb gekweekt.

¿El verbo kweken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gekweekt, hij heeft gekweekt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.