Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Negeren

negeren = ignorar, negar

Infinitivo
negeren
Pasado
negeerde · negeerden
Perfecto
heeft genegeerd

Respuesta rápida

Negeren significa ignorar, negar. Pasado: negeerde (singular) y negeerden (plural). Participio: genegeerd, con hebben: ik heb genegeerd.

Practica negeren

Presente (tegenwoordige tijd)

iknegeer
jijnegeert
hij/zij/hetnegeert
wijnegeren
jullienegeren
zijnegeren

Pasado (verleden tijd)

iknegeerde
jijnegeerde
hij/zij/hetnegeerde
wijnegeerden
jullienegeerden
zijnegeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb genegeerd
jijhebt genegeerd
hij/zij/hetheeft genegeerd
wijhebben genegeerd
julliehebben genegeerd
zijhebben genegeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad genegeerd
jijhad genegeerd
hij/zij/hethad genegeerd
wijhadden genegeerd
julliehadden genegeerd
zijhadden genegeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal negeren
jijzult negeren
hij/zij/hetzal negeren
wijzullen negeren
julliezullen negeren
zijzullen negeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou negeren
jijzou negeren
hij/zij/hetzou negeren
wijzouden negeren
julliezouden negeren
zijzouden negeren

Practica negeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

negeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn broer mijn berichten altijd.

  2. Pasado

    Gisteren de buurman ons gewoon op straat.

  3. Pretérito perfecto

    Jij mijn vraag helemaal .

  4. Presente

    Wij de waarschuwing niet, want het is gevaarlijk.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es negeer. En el infinitivo negeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (negeerde, negeerden) y el participio termina en -d (genegeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij negeert, pero negeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de negeren?

negeerde (ik, jij, hij/zij/het) y negeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de negeren?

genegeerd, con hebben: ik heb genegeerd.

¿El verbo negeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb genegeerd, hij heeft genegeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.