Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Neutraliseren

neutraliseren = neutralizar

Infinitivo
neutraliseren
Pasado
neutraliseerde · neutraliseerden
Perfecto
heeft geneutraliseerd

Respuesta rápida

Neutraliseren significa neutralizar. Pasado: neutraliseerde (singular) y neutraliseerden (plural). Participio: geneutraliseerd, con hebben: ik heb geneutraliseerd.

Practica neutraliseren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikneutraliseer
jijneutraliseert
hij/zij/hetneutraliseert
wijneutraliseren
jullieneutraliseren
zijneutraliseren

Pasado (verleden tijd)

ikneutraliseerde
jijneutraliseerde
hij/zij/hetneutraliseerde
wijneutraliseerden
jullieneutraliseerden
zijneutraliseerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geneutraliseerd
jijhebt geneutraliseerd
hij/zij/hetheeft geneutraliseerd
wijhebben geneutraliseerd
julliehebben geneutraliseerd
zijhebben geneutraliseerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geneutraliseerd
jijhad geneutraliseerd
hij/zij/hethad geneutraliseerd
wijhadden geneutraliseerd
julliehadden geneutraliseerd
zijhadden geneutraliseerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal neutraliseren
jijzult neutraliseren
hij/zij/hetzal neutraliseren
wijzullen neutraliseren
julliezullen neutraliseren
zijzullen neutraliseren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou neutraliseren
jijzou neutraliseren
hij/zij/hetzou neutraliseren
wijzouden neutraliseren
julliezouden neutraliseren
zijzouden neutraliseren

Practica neutraliseren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

neutraliseren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Deze zeep de vieze geur in de keuken meteen.

  2. Pasado

    De scheikundeleraar het zuur met een beetje zeep.

  3. Pretérito perfecto

    Wij het gif snel .

  4. Oración subordinada

    De dokter zegt dat dit medicijn de pijn snel .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es neutraliseer. En el infinitivo neutraliseren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (neutraliseerde, neutraliseerden) y el participio termina en -d (geneutraliseerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij neutraliseert, pero neutraliseer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de neutraliseren?

neutraliseerde (ik, jij, hij/zij/het) y neutraliseerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de neutraliseren?

geneutraliseerd, con hebben: ik heb geneutraliseerd.

¿El verbo neutraliseren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geneutraliseerd, hij heeft geneutraliseerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.