Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Neutraliseren conjugation

neutraliseren = to neutralise

Infinitive
neutraliseren
Past
neutraliseerde · neutraliseerden
Perfect
heeft geneutraliseerd

Quick answer

Neutraliseren means to neutralise. Past tense: neutraliseerde (singular) and neutraliseerden (plural). Past participle: geneutraliseerd, with hebben: ik heb geneutraliseerd.

Practise neutraliseren

Present (tegenwoordige tijd)

ikneutraliseer
jijneutraliseert
hij/zij/hetneutraliseert
wijneutraliseren
jullieneutraliseren
zijneutraliseren

Past (verleden tijd)

ikneutraliseerde
jijneutraliseerde
hij/zij/hetneutraliseerde
wijneutraliseerden
jullieneutraliseerden
zijneutraliseerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geneutraliseerd
jijhebt geneutraliseerd
hij/zij/hetheeft geneutraliseerd
wijhebben geneutraliseerd
julliehebben geneutraliseerd
zijhebben geneutraliseerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geneutraliseerd
jijhad geneutraliseerd
hij/zij/hethad geneutraliseerd
wijhadden geneutraliseerd
julliehadden geneutraliseerd
zijhadden geneutraliseerd

Future (toekomende tijd)

ikzal neutraliseren
jijzult neutraliseren
hij/zij/hetzal neutraliseren
wijzullen neutraliseren
julliezullen neutraliseren
zijzullen neutraliseren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou neutraliseren
jijzou neutraliseren
hij/zij/hetzou neutraliseren
wijzouden neutraliseren
julliezouden neutraliseren
zijzouden neutraliseren

Practise neutraliseren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is neutraliseer. The infinitive neutraliseren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (neutraliseerde, neutraliseerden) and the participle ends in -d (geneutraliseerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij neutraliseert, but neutraliseer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of neutraliseren?

neutraliseerde (ik, jij, hij/zij/het) and neutraliseerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of neutraliseren?

geneutraliseerd, with hebben: ik heb geneutraliseerd.

Is neutraliseren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geneutraliseerd, hij heeft geneutraliseerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.