Level B1 · Regular
Corrigeren conjugation
corrigeren = to correct
- Infinitive
- corrigeren
- Past
- corrigeerde · corrigeerden
- Perfect
- heeft gecorrigeerd
Quick answer
Corrigeren means to correct. Past tense: corrigeerde (singular) and corrigeerden (plural). Past participle: gecorrigeerd, with hebben: ik heb gecorrigeerd.
Practise corrigerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | corrigeer |
| jij | corrigeert |
| hij/zij/het | corrigeert |
| wij | corrigeren |
| jullie | corrigeren |
| zij | corrigeren |
Past (verleden tijd)
| ik | corrigeerde |
| jij | corrigeerde |
| hij/zij/het | corrigeerde |
| wij | corrigeerden |
| jullie | corrigeerden |
| zij | corrigeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gecorrigeerd |
| jij | hebt gecorrigeerd |
| hij/zij/het | heeft gecorrigeerd |
| wij | hebben gecorrigeerd |
| jullie | hebben gecorrigeerd |
| zij | hebben gecorrigeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gecorrigeerd |
| jij | had gecorrigeerd |
| hij/zij/het | had gecorrigeerd |
| wij | hadden gecorrigeerd |
| jullie | hadden gecorrigeerd |
| zij | hadden gecorrigeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal corrigeren |
| jij | zult corrigeren |
| hij/zij/het | zal corrigeren |
| wij | zullen corrigeren |
| jullie | zullen corrigeren |
| zij | zullen corrigeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou corrigeren |
| jij | zou corrigeren |
| hij/zij/het | zou corrigeren |
| wij | zouden corrigeren |
| jullie | zouden corrigeren |
| zij | zouden corrigeren |
Practise corrigeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is corrigeer. The infinitive corrigeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (corrigeerde, corrigeerden) and the participle ends in -d (gecorrigeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij corrigeert, but corrigeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of corrigeren?
corrigeerde (ik, jij, hij/zij/het) and corrigeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of corrigeren?
gecorrigeerd, with hebben: ik heb gecorrigeerd.
Is corrigeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gecorrigeerd, hij heeft gecorrigeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.