Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular, separable

Conjugación de Opspringen

opspringen = saltar

Infinitivo
opspringen
Pasado
sprong op · sprongen op
Perfecto
is opgesprongen

Respuesta rápida

Opspringen significa saltar. Pasado: sprong op (singular) y sprongen op (plural). Participio: opgesprongen, con zijn: ik ben opgesprongen.

Practica opspringen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikspring op
jijspringt op
hij/zij/hetspringt op
wijspringen op
julliespringen op
zijspringen op

Pasado (verleden tijd)

iksprong op
jijsprong op
hij/zij/hetsprong op
wijsprongen op
julliesprongen op
zijsprongen op

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben opgesprongen
jijbent opgesprongen
hij/zij/hetis opgesprongen
wijzijn opgesprongen
julliezijn opgesprongen
zijzijn opgesprongen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas opgesprongen
jijwas opgesprongen
hij/zij/hetwas opgesprongen
wijwaren opgesprongen
julliewaren opgesprongen
zijwaren opgesprongen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal opspringen
jijzult opspringen
hij/zij/hetzal opspringen
wijzullen opspringen
julliezullen opspringen
zijzullen opspringen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou opspringen
jijzou opspringen
hij/zij/hetzou opspringen
wijzouden opspringen
julliezouden opspringen
zijzouden opspringen

Opspringen es un verbo separable

En una oración principal op va al final (ik spring op). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik opspring). Participio: opgesprongen.

Oración principalik spring op
Preguntaspring jij op?
Oración subordinada… dat ik opspring
Con un verbo modalik wil opspringen
Pretérito perfectoik ben opgesprongen
Con om ... teom op te springen
Imperativospring op!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica opspringen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

opspringen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn hond altijd als de bel gaat.

  2. Pasado

    De kinderen toen de leraar binnenkwam.

  3. Pretérito perfecto

    Ik van schrik uit mijn stoel .

  4. Pasado

    Jij toen het licht uitging.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: opspringen, sprong op, opgesprongen.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo op va al final: ik spring op. En una subordinada se queda unido: ... dat ik opspring, ... dat ik opsprong.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: opgesprongen.
  • Perfecto con zijn: ik ben opgesprongen, no ik heb opgesprongen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de opspringen?

sprong op (ik, jij, hij/zij/het) y sprongen op (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de opspringen?

opgesprongen, con zijn: ik ben opgesprongen.

¿El verbo opspringen va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben opgesprongen, hij is opgesprongen.

¿Es opspringen un verbo separable?

Sí. En una oración principal op va al final (ik spring op), en una subordinada permanece unido (dat ik opspring). Participio: opgesprongen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.