Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Opspringen
opspringen = to jump up
- Hele werkwoord
- opspringen
- Verleden tijd
- sprong op · sprongen op
- Voltooide tijd
- is opgesprongen
Kort antwoord
Opspringen is in het Engels to jump up. Verleden tijd: sprong op (enkelvoud) en sprongen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgesprongen, met zijn: ik ben opgesprongen.
Oefen opspringenTegenwoordige tijd
| ik | spring op |
| jij | springt op |
| hij/zij/het | springt op |
| wij | springen op |
| jullie | springen op |
| zij | springen op |
Verleden tijd
| ik | sprong op |
| jij | sprong op |
| hij/zij/het | sprong op |
| wij | sprongen op |
| jullie | sprongen op |
| zij | sprongen op |
Voltooide tijd
| ik | ben opgesprongen |
| jij | bent opgesprongen |
| hij/zij/het | is opgesprongen |
| wij | zijn opgesprongen |
| jullie | zijn opgesprongen |
| zij | zijn opgesprongen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was opgesprongen |
| jij | was opgesprongen |
| hij/zij/het | was opgesprongen |
| wij | waren opgesprongen |
| jullie | waren opgesprongen |
| zij | waren opgesprongen |
Toekomende tijd
| ik | zal opspringen |
| jij | zult opspringen |
| hij/zij/het | zal opspringen |
| wij | zullen opspringen |
| jullie | zullen opspringen |
| zij | zullen opspringen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou opspringen |
| jij | zou opspringen |
| hij/zij/het | zou opspringen |
| wij | zouden opspringen |
| jullie | zouden opspringen |
| zij | zouden opspringen |
Opspringen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik spring op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opspring). Voltooid deelwoord: opgesprongen.
| Hoofdzin | ik spring op |
| Vraag | spring jij op? |
| Bijzin | … dat ik opspring |
| Met een modaal werkwoord | ik wil opspringen |
| Voltooide tijd | ik ben opgesprongen |
| Met om ... te | om op te springen |
| Gebiedende wijs | spring op! |
Oefen opspringen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
opspringen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opspringen, sprong op, opgesprongen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik spring op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opspring, ... dat ik opsprong.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgesprongen.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben opgesprongen, niet ik heb opgesprongen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van opspringen?
sprong op (ik, jij, hij/zij/het) en sprongen op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van opspringen?
opgesprongen, met zijn: ik ben opgesprongen.
Gebruik je opspringen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben opgesprongen, hij is opgesprongen.
Is opspringen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik spring op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opspring). Voltooid deelwoord: opgesprongen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.