Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Protesteren

protesteren = protestar

Infinitivo
protesteren
Pasado
protesteerde · protesteerden
Perfecto
heeft geprotesteerd

Respuesta rápida

Protesteren significa protestar. Pasado: protesteerde (singular) y protesteerden (plural). Participio: geprotesteerd, con hebben: ik heb geprotesteerd.

Practica protesteren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikprotesteer
jijprotesteert
hij/zij/hetprotesteert
wijprotesteren
jullieprotesteren
zijprotesteren

Pasado (verleden tijd)

ikprotesteerde
jijprotesteerde
hij/zij/hetprotesteerde
wijprotesteerden
jullieprotesteerden
zijprotesteerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geprotesteerd
jijhebt geprotesteerd
hij/zij/hetheeft geprotesteerd
wijhebben geprotesteerd
julliehebben geprotesteerd
zijhebben geprotesteerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geprotesteerd
jijhad geprotesteerd
hij/zij/hethad geprotesteerd
wijhadden geprotesteerd
julliehadden geprotesteerd
zijhadden geprotesteerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal protesteren
jijzult protesteren
hij/zij/hetzal protesteren
wijzullen protesteren
julliezullen protesteren
zijzullen protesteren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou protesteren
jijzou protesteren
hij/zij/hetzou protesteren
wijzouden protesteren
julliezouden protesteren
zijzouden protesteren

Practica protesteren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

protesteren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De studenten vandaag tegen de hoge huurprijzen.

  2. Pasado

    Ik luid toen de buurman weer muziek draaide.

  3. Oración subordinada

    De mensen zijn boos omdat ze al jaren .

  4. Presente

    Jij altijd als je kleine broertje je speelgoed pakt.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es protesteer. En el infinitivo protesteren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (protesteerde, protesteerden) y el participio termina en -d (geprotesteerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij protesteert, pero protesteer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de protesteren?

protesteerde (ik, jij, hij/zij/het) y protesteerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de protesteren?

geprotesteerd, con hebben: ik heb geprotesteerd.

¿El verbo protesteren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geprotesteerd, hij heeft geprotesteerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.