Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Roeren

roeren = remover

Infinitivo
roeren
Pasado
roerde · roerden
Perfecto
heeft geroerd

Respuesta rápida

Roeren significa remover. Pasado: roerde (singular) y roerden (plural). Participio: geroerd, con hebben: ik heb geroerd.

Practica roeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikroer
jijroert
hij/zij/hetroert
wijroeren
jullieroeren
zijroeren

Pasado (verleden tijd)

ikroerde
jijroerde
hij/zij/hetroerde
wijroerden
jullieroerden
zijroerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geroerd
jijhebt geroerd
hij/zij/hetheeft geroerd
wijhebben geroerd
julliehebben geroerd
zijhebben geroerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geroerd
jijhad geroerd
hij/zij/hethad geroerd
wijhadden geroerd
julliehadden geroerd
zijhadden geroerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal roeren
jijzult roeren
hij/zij/hetzal roeren
wijzullen roeren
julliezullen roeren
zijzullen roeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou roeren
jijzou roeren
hij/zij/hetzou roeren
wijzouden roeren
julliezouden roeren
zijzouden roeren

Practica roeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

roeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij de soep op een laag vuur.

  2. Pasado

    Zij de suiker door haar thee.

  3. Pretérito perfecto

    Ik de saus drie minuten lang .

  4. Oración subordinada

    De kok let op dat de pap niet aanbrandt terwijl hij .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es roer. En el infinitivo roeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (roerde, roerden) y el participio termina en -d (geroerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij roert, pero roer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de roeren?

roerde (ik, jij, hij/zij/het) y roerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de roeren?

geroerd, con hebben: ik heb geroerd.

¿El verbo roeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geroerd, hij heeft geroerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.