Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Rukken

rukken = dar tirones

Infinitivo
rukken
Pasado
rukte · rukten
Perfecto
heeft gerukt

Respuesta rápida

Rukken significa dar tirones. Pasado: rukte (singular) y rukten (plural). Participio: gerukt, con hebben: ik heb gerukt.

Practica rukken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikruk
jijrukt
hij/zij/hetrukt
wijrukken
jullierukken
zijrukken

Pasado (verleden tijd)

ikrukte
jijrukte
hij/zij/hetrukte
wijrukten
jullierukten
zijrukten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gerukt
jijhebt gerukt
hij/zij/hetheeft gerukt
wijhebben gerukt
julliehebben gerukt
zijhebben gerukt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gerukt
jijhad gerukt
hij/zij/hethad gerukt
wijhadden gerukt
julliehadden gerukt
zijhadden gerukt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal rukken
jijzult rukken
hij/zij/hetzal rukken
wijzullen rukken
julliezullen rukken
zijzullen rukken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou rukken
jijzou rukken
hij/zij/hetzou rukken
wijzouden rukken
julliezouden rukken
zijzouden rukken

Practica rukken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

rukken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De hond hard aan de riem.

  2. Pasado

    Ze de deur open en rende naar buiten.

  3. Oración subordinada

    De kapitein schrok omdat het schip plotseling .

  4. Pasado

    De kinderen aan mijn mouw en vroegen om ijs.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es ruk. En el infinitivo rukken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (rukte, rukten) y el participio termina en -t (gerukt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij rukt, pero ruk jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de rukken?

rukte (ik, jij, hij/zij/het) y rukten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de rukken?

gerukt, con hebben: ik heb gerukt.

¿El verbo rukken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gerukt, hij heeft gerukt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.