Level B2 · Irregular, separable
Aanbreken conjugation
aanbreken = to begin
- Infinitive
- aanbreken
- Past
- brak aan · braken aan
- Perfect
- is aangebroken
Quick answer
Aanbreken means to begin. Past tense: brak aan (singular) and braken aan (plural). Past participle: aangebroken, with zijn: ik ben aangebroken.
Practise aanbrekenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | breek aan |
| jij | breekt aan |
| hij/zij/het | breekt aan |
| wij | breken aan |
| jullie | breken aan |
| zij | breken aan |
Past (verleden tijd)
| ik | brak aan |
| jij | brak aan |
| hij/zij/het | brak aan |
| wij | braken aan |
| jullie | braken aan |
| zij | braken aan |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | ben aangebroken |
| jij | bent aangebroken |
| hij/zij/het | is aangebroken |
| wij | zijn aangebroken |
| jullie | zijn aangebroken |
| zij | zijn aangebroken |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | was aangebroken |
| jij | was aangebroken |
| hij/zij/het | was aangebroken |
| wij | waren aangebroken |
| jullie | waren aangebroken |
| zij | waren aangebroken |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal aanbreken |
| jij | zult aanbreken |
| hij/zij/het | zal aanbreken |
| wij | zullen aanbreken |
| jullie | zullen aanbreken |
| zij | zullen aanbreken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou aanbreken |
| jij | zou aanbreken |
| hij/zij/het | zou aanbreken |
| wij | zouden aanbreken |
| jullie | zouden aanbreken |
| zij | zouden aanbreken |
Aanbreken is a separable verb
In a main clause aan goes to the end (ik breek aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanbreek). Participle: aangebroken.
| Main clause | ik breek aan |
| Question | breek jij aan? |
| Subordinate clause | … dat ik aanbreek |
| With a modal verb | ik wil aanbreken |
| Perfect tense | ik ben aangebroken |
| With om ... te | om aan te breken |
| Imperative | breek aan! |
Practise aanbreken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanbreken, brak aan, aangebroken.
- Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik breek aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanbreek, ... dat ik aanbrak.
- In the participle, ge goes between the two parts: aangebroken.
- Perfect tense with zijn: ik ben aangebroken, not ik heb aangebroken.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of aanbreken?
brak aan (ik, jij, hij/zij/het) and braken aan (wij, jullie, zij).
What is the past participle of aanbreken?
aangebroken, with zijn: ik ben aangebroken.
Is aanbreken used with hebben or zijn?
With zijn: ik ben aangebroken, hij is aangebroken.
Is aanbreken a separable verb?
Yes. In a main clause aan goes to the end (ik breek aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanbreek). Participle: aangebroken.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.