Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Aanbreken conjugation

aanbreken = to begin

Infinitive
aanbreken
Past
brak aan · braken aan
Perfect
is aangebroken

Quick answer

Aanbreken means to begin. Past tense: brak aan (singular) and braken aan (plural). Past participle: aangebroken, with zijn: ik ben aangebroken.

Practise aanbreken

Present (tegenwoordige tijd)

ikbreek aan
jijbreekt aan
hij/zij/hetbreekt aan
wijbreken aan
julliebreken aan
zijbreken aan

Past (verleden tijd)

ikbrak aan
jijbrak aan
hij/zij/hetbrak aan
wijbraken aan
julliebraken aan
zijbraken aan

Perfect (voltooide tijd)

ikben aangebroken
jijbent aangebroken
hij/zij/hetis aangebroken
wijzijn aangebroken
julliezijn aangebroken
zijzijn aangebroken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas aangebroken
jijwas aangebroken
hij/zij/hetwas aangebroken
wijwaren aangebroken
julliewaren aangebroken
zijwaren aangebroken

Future (toekomende tijd)

ikzal aanbreken
jijzult aanbreken
hij/zij/hetzal aanbreken
wijzullen aanbreken
julliezullen aanbreken
zijzullen aanbreken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanbreken
jijzou aanbreken
hij/zij/hetzou aanbreken
wijzouden aanbreken
julliezouden aanbreken
zijzouden aanbreken

Aanbreken is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik breek aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanbreek). Participle: aangebroken.

Main clauseik breek aan
Questionbreek jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanbreek
With a modal verbik wil aanbreken
Perfect tenseik ben aangebroken
With om ... teom aan te breken
Imperativebreek aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanbreken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanbreken, brak aan, aangebroken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik breek aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanbreek, ... dat ik aanbrak.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangebroken.
  • Perfect tense with zijn: ik ben aangebroken, not ik heb aangebroken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanbreken?

brak aan (ik, jij, hij/zij/het) and braken aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanbreken?

aangebroken, with zijn: ik ben aangebroken.

Is aanbreken used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben aangebroken, hij is aangebroken.

Is aanbreken a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik breek aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanbreek). Participle: aangebroken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.