Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Toeteren

toeteren = tocar la bocina

Infinitivo
toeteren
Pasado
toeterde · toeterden
Perfecto
heeft getoeterd

Respuesta rápida

Toeteren significa tocar la bocina. Pasado: toeterde (singular) y toeterden (plural). Participio: getoeterd, con hebben: ik heb getoeterd.

Practica toeteren

Presente (tegenwoordige tijd)

iktoeter
jijtoetert
hij/zij/hettoetert
wijtoeteren
jullietoeteren
zijtoeteren

Pasado (verleden tijd)

iktoeterde
jijtoeterde
hij/zij/hettoeterde
wijtoeterden
jullietoeterden
zijtoeterden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb getoeterd
jijhebt getoeterd
hij/zij/hetheeft getoeterd
wijhebben getoeterd
julliehebben getoeterd
zijhebben getoeterd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad getoeterd
jijhad getoeterd
hij/zij/hethad getoeterd
wijhadden getoeterd
julliehadden getoeterd
zijhadden getoeterd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal toeteren
jijzult toeteren
hij/zij/hetzal toeteren
wijzullen toeteren
julliezullen toeteren
zijzullen toeteren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou toeteren
jijzou toeteren
hij/zij/hetzou toeteren
wijzouden toeteren
julliezouden toeteren
zijzouden toeteren

Practica toeteren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

toeteren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De taxichauffeur elke ochtend naar de fietsers.

  2. Pasado

    Hij luid omdat de auto voor hem niet reed.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie de hele weg naar huis .

  4. Oración subordinada

    Ik word boos als mensen midden in de nacht .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es toeter. En el infinitivo toeteren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (toeterde, toeterden) y el participio termina en -d (getoeterd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij toetert, pero toeter jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de toeteren?

toeterde (ik, jij, hij/zij/het) y toeterden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de toeteren?

getoeterd, con hebben: ik heb getoeterd.

¿El verbo toeteren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb getoeterd, hij heeft getoeterd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.