Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Treffen

treffen = encontrarse con

Infinitivo
treffen
Pasado
trof · troffen
Perfecto
heeft getroffen

Respuesta rápida

Treffen significa encontrarse con. Pasado: trof (singular) y troffen (plural). Participio: getroffen, con hebben: ik heb getroffen.

Practica treffen

Presente (tegenwoordige tijd)

iktref
jijtreft
hij/zij/hettreft
wijtreffen
jullietreffen
zijtreffen

Pasado (verleden tijd)

iktrof
jijtrof
hij/zij/hettrof
wijtroffen
jullietroffen
zijtroffen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb getroffen
jijhebt getroffen
hij/zij/hetheeft getroffen
wijhebben getroffen
julliehebben getroffen
zijhebben getroffen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad getroffen
jijhad getroffen
hij/zij/hethad getroffen
wijhadden getroffen
julliehadden getroffen
zijhadden getroffen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal treffen
jijzult treffen
hij/zij/hetzal treffen
wijzullen treffen
julliezullen treffen
zijzullen treffen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou treffen
jijzou treffen
hij/zij/hetzou treffen
wijzouden treffen
julliezouden treffen
zijzouden treffen

Practica treffen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

treffen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jullie in het park vaak mensen uit de buurt.

  2. Pretérito perfecto

    Wij elkaar toevallig in de trein .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: treffen, trof, getroffen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij treft, pero tref jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de treffen?

trof (ik, jij, hij/zij/het) y troffen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de treffen?

getroffen, con hebben: ik heb getroffen.

¿El verbo treffen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb getroffen, hij heeft getroffen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.