Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular, separable

Conjugación de Uitbreken

uitbreken = estallar

Infinitivo
uitbreken
Pasado
brak uit · braken uit
Perfecto
is uitgebroken

Respuesta rápida

Uitbreken significa estallar. Pasado: brak uit (singular) y braken uit (plural). Participio: uitgebroken, con zijn: ik ben uitgebroken.

Practica uitbreken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbreek uit
jijbreekt uit
hij/zij/hetbreekt uit
wijbreken uit
julliebreken uit
zijbreken uit

Pasado (verleden tijd)

ikbrak uit
jijbrak uit
hij/zij/hetbrak uit
wijbraken uit
julliebraken uit
zijbraken uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben uitgebroken
jijbent uitgebroken
hij/zij/hetis uitgebroken
wijzijn uitgebroken
julliezijn uitgebroken
zijzijn uitgebroken

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas uitgebroken
jijwas uitgebroken
hij/zij/hetwas uitgebroken
wijwaren uitgebroken
julliewaren uitgebroken
zijwaren uitgebroken

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitbreken
jijzult uitbreken
hij/zij/hetzal uitbreken
wijzullen uitbreken
julliezullen uitbreken
zijzullen uitbreken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitbreken
jijzou uitbreken
hij/zij/hetzou uitbreken
wijzouden uitbreken
julliezouden uitbreken
zijzouden uitbreken

Uitbreken es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik breek uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitbreek). Participio: uitgebroken.

Oración principalik breek uit
Preguntabreek jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitbreek
Con un verbo modalik wil uitbreken
Pretérito perfectoik ben uitgebroken
Con om ... teom uit te breken
Imperativobreek uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitbreken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitbreken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    In de zomer er soms brand in het bos.

  2. Pasado

    Er een ruzie in de kantine.

  3. Pretérito perfecto

    De oorlog in dat jaar .

  4. Oración subordinada

    Iedereen schrok toen de brand midden in de nacht .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: uitbreken, brak uit, uitgebroken.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik breek uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitbreek, ... dat ik uitbrak.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgebroken.
  • Perfecto con zijn: ik ben uitgebroken, no ik heb uitgebroken.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitbreken?

brak uit (ik, jij, hij/zij/het) y braken uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitbreken?

uitgebroken, con zijn: ik ben uitgebroken.

¿El verbo uitbreken va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben uitgebroken, hij is uitgebroken.

¿Es uitbreken un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik breek uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitbreek). Participio: uitgebroken.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.