Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, separable

Conjugación de Uitdagen

uitdagen = desafiar

Infinitivo
uitdagen
Pasado
daagde uit · daagden uit
Perfecto
heeft uitgedaagd

Respuesta rápida

Uitdagen significa desafiar. Pasado: daagde uit (singular) y daagden uit (plural). Participio: uitgedaagd, con hebben: ik heb uitgedaagd.

Practica uitdagen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdaag uit
jijdaagt uit
hij/zij/hetdaagt uit
wijdagen uit
julliedagen uit
zijdagen uit

Pasado (verleden tijd)

ikdaagde uit
jijdaagde uit
hij/zij/hetdaagde uit
wijdaagden uit
julliedaagden uit
zijdaagden uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb uitgedaagd
jijhebt uitgedaagd
hij/zij/hetheeft uitgedaagd
wijhebben uitgedaagd
julliehebben uitgedaagd
zijhebben uitgedaagd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgedaagd
jijhad uitgedaagd
hij/zij/hethad uitgedaagd
wijhadden uitgedaagd
julliehadden uitgedaagd
zijhadden uitgedaagd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitdagen
jijzult uitdagen
hij/zij/hetzal uitdagen
wijzullen uitdagen
julliezullen uitdagen
zijzullen uitdagen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitdagen
jijzou uitdagen
hij/zij/hetzou uitdagen
wijzouden uitdagen
julliezouden uitdagen
zijzouden uitdagen

Uitdagen es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik daag uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitdaag). Participio: uitgedaagd.

Oración principalik daag uit
Preguntadaag jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitdaag
Con un verbo modalik wil uitdagen
Pretérito perfectoik heb uitgedaagd
Con om ... teom uit te dagen
Imperativodaag uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitdagen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitdagen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn broer mij altijd voor een spelletje.

  2. Pasado

    De kinderen de nieuwe jongen om te racen.

  3. Pretérito perfecto

    Zij haar collega voor een wedstrijd.

  4. Oración subordinada

    Ik werd boos toen hij me steeds .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es daag. En el infinitivo dagen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (daagde, daagden) y el participio termina en -d (uitgedaagd).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik daag uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitdaag, ... dat ik uitdaagde.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgedaagd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitdagen?

daagde uit (ik, jij, hij/zij/het) y daagden uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitdagen?

uitgedaagd, con hebben: ik heb uitgedaagd.

¿El verbo uitdagen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb uitgedaagd, hij heeft uitgedaagd.

¿Es uitdagen un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik daag uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitdaag). Participio: uitgedaagd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.