Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular, separable

Conjugación de Uitdoen

uitdoen = quitarse

Infinitivo
uitdoen
Pasado
deed uit · deden uit
Perfecto
heeft uitgedaan

Respuesta rápida

Uitdoen significa quitarse. Pasado: deed uit (singular) y deden uit (plural). Participio: uitgedaan, con hebben: ik heb uitgedaan.

Practica uitdoen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdoe uit
jijdoet uit
hij/zij/hetdoet uit
wijdoen uit
julliedoen uit
zijdoen uit

Pasado (verleden tijd)

ikdeed uit
jijdeed uit
hij/zij/hetdeed uit
wijdeden uit
julliededen uit
zijdeden uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb uitgedaan
jijhebt uitgedaan
hij/zij/hetheeft uitgedaan
wijhebben uitgedaan
julliehebben uitgedaan
zijhebben uitgedaan

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgedaan
jijhad uitgedaan
hij/zij/hethad uitgedaan
wijhadden uitgedaan
julliehadden uitgedaan
zijhadden uitgedaan

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitdoen
jijzult uitdoen
hij/zij/hetzal uitdoen
wijzullen uitdoen
julliezullen uitdoen
zijzullen uitdoen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitdoen
jijzou uitdoen
hij/zij/hetzou uitdoen
wijzouden uitdoen
julliezouden uitdoen
zijzouden uitdoen

Uitdoen es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik doe uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitdoe). Participio: uitgedaan.

Oración principalik doe uit
Preguntadoe jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitdoe
Con un verbo modalik wil uitdoen
Pretérito perfectoik heb uitgedaan
Con om ... teom uit te doen
Imperativodoe uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitdoen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitdoen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij je jas in de gang.

  2. Pasado

    De kinderen hun schoenen bij de deur .

  3. Pretérito perfecto

    Ik mijn sokken , want ze waren nat.

  4. Oración subordinada

    Het is warm, dus ik wil dat jij je trui .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: uitdoen, deed uit, uitgedaan.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik doe uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitdoe, ... dat ik uitdeed.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgedaan.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitdoen?

deed uit (ik, jij, hij/zij/het) y deden uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitdoen?

uitgedaan, con hebben: ik heb uitgedaan.

¿El verbo uitdoen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb uitgedaan, hij heeft uitgedaan.

¿Es uitdoen un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik doe uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitdoe). Participio: uitgedaan.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.