Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, separable

Conjugación de Uitvogelen

uitvogelen = averiguar

Infinitivo
uitvogelen
Pasado
vogelde uit · vogelden uit
Perfecto
heeft uitgevogeld

Respuesta rápida

Uitvogelen significa averiguar. Pasado: vogelde uit (singular) y vogelden uit (plural). Participio: uitgevogeld, con hebben: ik heb uitgevogeld.

Practica uitvogelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvogel uit
jijvogelt uit
hij/zij/hetvogelt uit
wijvogelen uit
jullievogelen uit
zijvogelen uit

Pasado (verleden tijd)

ikvogelde uit
jijvogelde uit
hij/zij/hetvogelde uit
wijvogelden uit
jullievogelden uit
zijvogelden uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb uitgevogeld
jijhebt uitgevogeld
hij/zij/hetheeft uitgevogeld
wijhebben uitgevogeld
julliehebben uitgevogeld
zijhebben uitgevogeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgevogeld
jijhad uitgevogeld
hij/zij/hethad uitgevogeld
wijhadden uitgevogeld
julliehadden uitgevogeld
zijhadden uitgevogeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitvogelen
jijzult uitvogelen
hij/zij/hetzal uitvogelen
wijzullen uitvogelen
julliezullen uitvogelen
zijzullen uitvogelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitvogelen
jijzou uitvogelen
hij/zij/hetzou uitvogelen
wijzouden uitvogelen
julliezouden uitvogelen
zijzouden uitvogelen

Uitvogelen es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik vogel uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitvogel). Participio: uitgevogeld.

Oración principalik vogel uit
Preguntavogel jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitvogel
Con un verbo modalik wil uitvogelen
Pretérito perfectoik heb uitgevogeld
Con om ... teom uit te vogelen
Imperativovogel uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitvogelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitvogelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jullie vast snel welke trein je moet nemen.

  2. Oración subordinada

    Ik vraag niets, omdat wij het zelf wel .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es vogel. En el infinitivo vogelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (vogelde, vogelden) y el participio termina en -d (uitgevogeld).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik vogel uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitvogel, ... dat ik uitvogelde.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgevogeld.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitvogelen?

vogelde uit (ik, jij, hij/zij/het) y vogelden uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitvogelen?

uitgevogeld, con hebben: ik heb uitgevogeld.

¿El verbo uitvogelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb uitgevogeld, hij heeft uitgevogeld.

¿Es uitvogelen un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik vogel uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitvogel). Participio: uitgevogeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.